BWBR0007168
Geldig vanaf 2023-12-20
Artikel 71t
Wet belastingen op milieugrondslag
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. aardgas: producten van de GN-codes 2711 11 00 en 2711 21 00;
b. broeikasgasinstallatie: broeikasgasinstallatie als bedoeld in de artikelen 16.1, tweede lid, en 16.3 van de Wet milieubeheer;
c. standaard CO2-emissiefactor voor aardgas: standaard CO2-emissiefactor voor aardgas in kilogram CO2/GJ aardgas die bij of krachtens artikel 16.12 van de Wet milieubeheer jaarlijks door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat wordt gepubliceerd;
d. glastuinbouwbedrijf: bedrijf voor het telen van gewassen in een of meer kassen;
e. energiebedrijf voor glastuinbouw: bedrijf waarvandaan warmte direct of indirect wordt getransporteerd naar een of meer glastuinbouwbedrijven en dat zelf geen glastuinbouwbedrijf is;
f. restwarmte: thermische energie die als onvermijdelijk bijproduct in industriële of bedrijfsmatige processen overblijft en die zonder transport naar een gebruiker ongebruikt terecht zou komen in lucht of water.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot een glastuinbouwbedrijf of energiebedrijf voor de glastuinbouw.
a. aardgas: producten van de GN-codes 2711 11 00 en 2711 21 00;
b. broeikasgasinstallatie: broeikasgasinstallatie als bedoeld in de artikelen 16.1, tweede lid, en 16.3 van de Wet milieubeheer;
c. standaard CO2-emissiefactor voor aardgas: standaard CO2-emissiefactor voor aardgas in kilogram CO2/GJ aardgas die bij of krachtens artikel 16.12 van de Wet milieubeheer jaarlijks door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat wordt gepubliceerd;
d. glastuinbouwbedrijf: bedrijf voor het telen van gewassen in een of meer kassen;
e. energiebedrijf voor glastuinbouw: bedrijf waarvandaan warmte direct of indirect wordt getransporteerd naar een of meer glastuinbouwbedrijven en dat zelf geen glastuinbouwbedrijf is;
f. restwarmte: thermische energie die als onvermijdelijk bijproduct in industriële of bedrijfsmatige processen overblijft en die zonder transport naar een gebruiker ongebruikt terecht zou komen in lucht of water.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot een glastuinbouwbedrijf of energiebedrijf voor de glastuinbouw.