BWBR0007211
Geldig vanaf 1994-05-01
Artikel 81
Wet financiële voorzieningen privatisering ABP
1. Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel U, van deze wet ambtenaar is en die kiest voor de verlaging van het pensioenbijdrageverhaal, bedoeld in artikel F 8f, derde lid, van de Abp-wet, dient voor 1 december 1994 zijn keuze op de voorgeschreven wijze kenbaar te maken.
2. Degene die na het in het eerste lid bedoelde tijdstip, maar voor 1 januari 1995 ambtenaar wordt, dient de in het eerste lid bedoelde keuze terstond bij de aanvang van de dienstverhouding waaraan die hoedanigheid wordt ontleend, op de voorgeschreven wijze kenbaar te maken.
3. Ten aanzien van degene op wie het eerste of tweede lid van toepassing is, gaat de verlaging van het pensioenbijdrageverhaal, bedoeld in artikel F 8f van de Abp-wet, in per 1 januari 1995.
4. In afwijking van het eerste lid en van artikel F 8f van de Abp-wetwordt degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel U, van deze wet ambtenaar is en de leeftijd van 58 jaar reeds heeft bereikt, met ingang van 1 januari 1995 in aanmerking gebracht voor de in artikel F 8f, derde lid, van de Abp-wetbedoelde verlaging van het pensioenbijdrageverhaal, met behoud van de aanspraak op de aanvulling, bedoeld in het eerste lid van dat artikel.
2. Degene die na het in het eerste lid bedoelde tijdstip, maar voor 1 januari 1995 ambtenaar wordt, dient de in het eerste lid bedoelde keuze terstond bij de aanvang van de dienstverhouding waaraan die hoedanigheid wordt ontleend, op de voorgeschreven wijze kenbaar te maken.
3. Ten aanzien van degene op wie het eerste of tweede lid van toepassing is, gaat de verlaging van het pensioenbijdrageverhaal, bedoeld in artikel F 8f van de Abp-wet, in per 1 januari 1995.
4. In afwijking van het eerste lid en van artikel F 8f van de Abp-wetwordt degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel U, van deze wet ambtenaar is en de leeftijd van 58 jaar reeds heeft bereikt, met ingang van 1 januari 1995 in aanmerking gebracht voor de in artikel F 8f, derde lid, van de Abp-wetbedoelde verlaging van het pensioenbijdrageverhaal, met behoud van de aanspraak op de aanvulling, bedoeld in het eerste lid van dat artikel.