BWBR0007497
Geldig vanaf 2003-07-03
Artikel 6
Warenwetbesluit explosieveilig materieel
1. Apparaten, in voorkomend geval met inbegrip van de voorzieningen, worden al dan niet als model gekeurd en daartoe onderworpen aan een certificeringsprocedure overeenkomstig dit artikel, zijn voorzien van de in bijlage X van de richtlijn bedoelde CE-markering en gaan vergezeld van de in bijlage X van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming.
2. De in het eerste lid bedoelde CE-markering wordt uitsluitend aangebracht:
a. op apparaten van de groepen I en II, categorieën M 1 respectievelijk 1, bedoeld in bijlage I van de richtlijn, waarvoor een certificaat van EG-typeonderzoek als bedoeld in bijlage III van de richtlijn is afgegeven en waarvoor tevens een van de volgende procedures is gevolgd: 1°. de procedure van de produktiekwaliteitsborging, bedoeld in bijlage IV van de richtlijn, of
2°. de procedure van de produktkeuring, bedoeld in bijlage V van de richtlijn;
1°. de procedure van de produktiekwaliteitsborging, bedoeld in bijlage IV van de richtlijn, of
2°. de procedure van de produktkeuring, bedoeld in bijlage V van de richtlijn;
b. op apparaten van de groepen I en II, categorieën M 2 respectievelijk 2, bedoeld in bijlage I van de richtlijn, voor motoren met inwendige verbranding en elektrische apparaten van deze groepen en categorieën, waarvoor een certificaat van EG-typeonderzoek als bedoeld in bijlage III van de richtlijn is afgegeven en waarvoor tevens een van de volgende procedures is gevolgd: 1°. de procedure van de overeenstemming met het type, bedoeld in bijlage VI van de richtlijn, of
2°. de procedure van de produktkwaliteitsborging, bedoeld in bijlage VII van de richtlijn;
1°. de procedure van de overeenstemming met het type, bedoeld in bijlage VI van de richtlijn, of
2°. de procedure van de produktkwaliteitsborging, bedoeld in bijlage VII van de richtlijn;
c. op de overige apparaten van de in onderdeel b genoemde groepen en categorieën, bedoeld in bijlage I van de richtlijn, waarvoor de procedure van de interne fabricagecontrole, bedoeld in bijlage VIII van de richtlijn, is gevolgd en waarvoor tevens het in bijlage VIII van de richtlijn onder punt 3 bedoelde dossier is samengesteld en in bewaring is gesteld bij een aangewezen aangemelde instelling die de ontvangst daarvan schriftelijk heeft bevestigd;
d. op apparaten van groep II, categorie 3, bedoeld in bijlage I van de richtlijn, waarvoor de procedure van de interne fabricagecontrole, bedoeld in bijlage VIII van de richtlijn, is gevolgd.
3. In plaats van de in het tweede lid genoemde procedures kan ook de procedure van de EG-eenheidskeuring, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn, worden gevolgd.
2. De in het eerste lid bedoelde CE-markering wordt uitsluitend aangebracht:
a. op apparaten van de groepen I en II, categorieën M 1 respectievelijk 1, bedoeld in bijlage I van de richtlijn, waarvoor een certificaat van EG-typeonderzoek als bedoeld in bijlage III van de richtlijn is afgegeven en waarvoor tevens een van de volgende procedures is gevolgd: 1°. de procedure van de produktiekwaliteitsborging, bedoeld in bijlage IV van de richtlijn, of
2°. de procedure van de produktkeuring, bedoeld in bijlage V van de richtlijn;
1°. de procedure van de produktiekwaliteitsborging, bedoeld in bijlage IV van de richtlijn, of
2°. de procedure van de produktkeuring, bedoeld in bijlage V van de richtlijn;
b. op apparaten van de groepen I en II, categorieën M 2 respectievelijk 2, bedoeld in bijlage I van de richtlijn, voor motoren met inwendige verbranding en elektrische apparaten van deze groepen en categorieën, waarvoor een certificaat van EG-typeonderzoek als bedoeld in bijlage III van de richtlijn is afgegeven en waarvoor tevens een van de volgende procedures is gevolgd: 1°. de procedure van de overeenstemming met het type, bedoeld in bijlage VI van de richtlijn, of
2°. de procedure van de produktkwaliteitsborging, bedoeld in bijlage VII van de richtlijn;
1°. de procedure van de overeenstemming met het type, bedoeld in bijlage VI van de richtlijn, of
2°. de procedure van de produktkwaliteitsborging, bedoeld in bijlage VII van de richtlijn;
c. op de overige apparaten van de in onderdeel b genoemde groepen en categorieën, bedoeld in bijlage I van de richtlijn, waarvoor de procedure van de interne fabricagecontrole, bedoeld in bijlage VIII van de richtlijn, is gevolgd en waarvoor tevens het in bijlage VIII van de richtlijn onder punt 3 bedoelde dossier is samengesteld en in bewaring is gesteld bij een aangewezen aangemelde instelling die de ontvangst daarvan schriftelijk heeft bevestigd;
d. op apparaten van groep II, categorie 3, bedoeld in bijlage I van de richtlijn, waarvoor de procedure van de interne fabricagecontrole, bedoeld in bijlage VIII van de richtlijn, is gevolgd.
3. In plaats van de in het tweede lid genoemde procedures kan ook de procedure van de EG-eenheidskeuring, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn, worden gevolgd.