BWBR0007625
Geldig vanaf 01-08-2026
Artikel 11.1.22
Wet educatie en beroepsonderwijs
1. Voordat Onze Minister een besluit neemt op grond van artikel 11.1.19, eerste lid, geeft hij aan het bevoegd gezag van een aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de examinering, onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
2. Voordat Onze Minister een besluit neemt op grond van artikel 11.1.20, eerste lid, onderdeel b, geeft hij aan het bevoegd gezag van een aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de beroepsopleiding, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden. Onze Minister geeft pas toepassing aan artikel 11.1.20, eerste lid, onderdeel b, nadat:
a. de termijn is verstreken; en
b. Onze Minister aan de hand van een nader onderzoek tot het oordeel is gekomen dat onvoldoende gevolg is gegeven aan de waarschuwing.
3. Voordat Onze Minister een besluit neemt op grond van artikel 11.1.20, eerste lid, onderdeel c, geeft hij aan het bevoegd gezag van een aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
4. Voordat Onze Minister een besluit neemt op grond van artikel 11.1.20, eerste lid, onderdeel d, geeft hij het bevoegd gezag van een aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs een waarschuwing, onder bepaling van een termijn van ten minste tien dagen waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
5. Onze Minister maakt de waarschuwing openbaar.
6. Een waarschuwing op grond van artikel 6.2.3 of 6.2.3b, tweede lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van het onderhavige artikel wordt aangemerkt als een waarschuwing als bedoeld in dit artikel.
2. Voordat Onze Minister een besluit neemt op grond van artikel 11.1.20, eerste lid, onderdeel b, geeft hij aan het bevoegd gezag van een aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de beroepsopleiding, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden. Onze Minister geeft pas toepassing aan artikel 11.1.20, eerste lid, onderdeel b, nadat:
a. de termijn is verstreken; en
b. Onze Minister aan de hand van een nader onderzoek tot het oordeel is gekomen dat onvoldoende gevolg is gegeven aan de waarschuwing.
3. Voordat Onze Minister een besluit neemt op grond van artikel 11.1.20, eerste lid, onderdeel c, geeft hij aan het bevoegd gezag van een aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
4. Voordat Onze Minister een besluit neemt op grond van artikel 11.1.20, eerste lid, onderdeel d, geeft hij het bevoegd gezag van een aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs een waarschuwing, onder bepaling van een termijn van ten minste tien dagen waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
5. Onze Minister maakt de waarschuwing openbaar.
6. Een waarschuwing op grond van artikel 6.2.3 of 6.2.3b, tweede lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van het onderhavige artikel wordt aangemerkt als een waarschuwing als bedoeld in dit artikel.
- Citeren als
- Art. 11.1.22
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0007625
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl