BWBR0007625
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 2.6aa
Wet educatie en beroepsonderwijs
1. Het bevoegd gezag kan in afwijking van artikel 8.1.1, in gevallen als geregeld in artikel 2.99 van de Wet voortgezet onderwijs 2020en met inachtneming van de artikelen 2.100, 2.101en 2.108 van die wetook tot onderwijs- en examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als student, vavo-student of extraneus aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een school voor voortgezet onderwijs.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld over de verantwoording van de bedragen die het bevoegd gezag met toepassing van artikel 5.39, zevende lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020heeft ontvangen.
3. Indien het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs ter uitvoering van artikel 2.99 van de Wet voortgezet onderwijs 2020leerlingen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan die school zijn ingeschreven, ook onderwijs wil kunnen laten volgen dat een instelling van datzelfde bevoegd gezag verzorgt, regelt het bevoegd gezag voor zover van toepassing op overeenkomstige wijze de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.100, tweede lid, van die wet.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld over de verantwoording van de bedragen die het bevoegd gezag met toepassing van artikel 5.39, zevende lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020heeft ontvangen.
3. Indien het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs ter uitvoering van artikel 2.99 van de Wet voortgezet onderwijs 2020leerlingen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan die school zijn ingeschreven, ook onderwijs wil kunnen laten volgen dat een instelling van datzelfde bevoegd gezag verzorgt, regelt het bevoegd gezag voor zover van toepassing op overeenkomstige wijze de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.100, tweede lid, van die wet.