BWBR0007669
Geldig vanaf 01-07-2009
Artikel 11
Bekostigingsbesluit Pensioen- en Uitkeringsraad 1996
1. Onze minister beslist na indiening van de begroting over de goedkeuring van de begroting en doet de Raad met inachtneming van de artikelen 5 tot en met 9 een voorlopige vaststelling van de bijdragen toekomen.
2. In de voorlopige vaststelling wordt in ieder geval medegedeeld:
a. met betrekking tot de bijdrage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, de begrote productie en, voorzover van toepassing, het aantal eenheden waarop het bepaalde in artikel 5, tweede lid, van toepassing is en de wijze waarop de bijdrage zal worden vastgesteld;
b. voorzover het betreft de bijdragen, bedoeld in de artikelen 6 en 7, eerste en tweede lid, het door Onze minister vastgestelde bedrag of maximum.
3. Indien de Raad een gewijzigde begroting als bedoeld in artikel 13 indient doet Onze minister de Raad een voorlopige vaststelling van de bijdragen toekomen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
2. In de voorlopige vaststelling wordt in ieder geval medegedeeld:
a. met betrekking tot de bijdrage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, de begrote productie en, voorzover van toepassing, het aantal eenheden waarop het bepaalde in artikel 5, tweede lid, van toepassing is en de wijze waarop de bijdrage zal worden vastgesteld;
b. voorzover het betreft de bijdragen, bedoeld in de artikelen 6 en 7, eerste en tweede lid, het door Onze minister vastgestelde bedrag of maximum.
3. Indien de Raad een gewijzigde begroting als bedoeld in artikel 13 indient doet Onze minister de Raad een voorlopige vaststelling van de bijdragen toekomen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0007669
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl