1. Vrijstelling van belasting wordt, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen, verleend voor motorrijtuigen:
a. die uitsluitend worden gebruikt door defensie;
b. die uitsluitend worden gebruikt door politie en brandweer en als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn;
c. die behoren tot een bedrijfsvoorraad, bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994;
d. die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor de aanleg en het onderhoud van wegen;
e. waarmee gewoonlijk slechts over een geringe afstand gebruik van de autosnelweg wordt gemaakt;
f. die uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van kermis- of circusbenodigdheden.
2.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrechtis van toepassing op verzoeken aan de inspecteur tot vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.