BWBR0007678
Geldig vanaf 1995-12-01
Artikel 3
Wet belasting zware motorrijtuigen
In deze wet en in de daarop berustende regelingen wordt verstaan onder:
a. zwaar motorrijtuig: een motorrijtuig als bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, bestemd of gebruikt voor het goederenvervoer over de weg, waarvan de toegestane maximum massa 12 000 kilogram of meer bedraagt dan wel waarvan de toegestane maximum massa vermeerderd met de toegestane maximum massa van het voertuig, niet zijnde een motorrijtuig, dat door dat motorrijtuig wordt voortbewogen, 12 000 kilogram of meer bedraagt;
b. toegestane maximum massa: de eigen massa van het voertuig vermeerderd met de voor het voertuig toegestane maximum massa aan lading;
c. weg: elke voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer openstaande weg en elk zodanig pad, de in de weg of het pad liggende bruggen en duikers alsmede de tot de weg behorende paden en bermen of zijkanten;
d. autosnelweg: een weg die speciaal is ontworpen en aangelegd voor verkeer met motorrijtuigen, zonder uitwegen naar aanliggende percelen, en die: 1°. behalve op bepaalde plaatsen of tijdelijk is voorzien van gescheiden rijbanen voor beide verkeersrichtingen, welke rijbanen van elkaar gescheiden zijn door een strook die niet voor het verkeer is bestemd, hetzij, bij uitzondering, op andere wijze;
2°. geen andere weg, geen spoor- of tramweg of voetpad gelijkvloers kruist; en
3°. door specifieke verkeerstekens als autosnelweg is aangeduid;
1°. behalve op bepaalde plaatsen of tijdelijk is voorzien van gescheiden rijbanen voor beide verkeersrichtingen, welke rijbanen van elkaar gescheiden zijn door een strook die niet voor het verkeer is bestemd, hetzij, bij uitzondering, op andere wijze;
2°. geen andere weg, geen spoor- of tramweg of voetpad gelijkvloers kruist; en
3°. door specifieke verkeerstekens als autosnelweg is aangeduid;
e. richtlijn: Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (PbEG 1999, L 187);
f. categorieën EURO 0, EURO I, EURO II, EURO III, EURO IV, EURO V en EURO VI: motorrijtuigen met een emissiegrenswaarde als bedoeld in de respectievelijke tabel van bijlage 0 bij de richtlijn;
g. emissievrij voertuig: een emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig als bedoeld in artikel 3, punt 11, van Verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad;
h. categorieën CO2-emissieklasse 1, CO2-emissieklasse 2, CO2-emissieklasse 3, CO2-emissieklasse 4 en CO2-emissieklasse 5: motorrijtuig met een overeenkomstige emissiegrenswaarde als bedoeld in artikel 7 octies bis, tweede lid, van de richtlijn.
a. zwaar motorrijtuig: een motorrijtuig als bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, bestemd of gebruikt voor het goederenvervoer over de weg, waarvan de toegestane maximum massa 12 000 kilogram of meer bedraagt dan wel waarvan de toegestane maximum massa vermeerderd met de toegestane maximum massa van het voertuig, niet zijnde een motorrijtuig, dat door dat motorrijtuig wordt voortbewogen, 12 000 kilogram of meer bedraagt;
b. toegestane maximum massa: de eigen massa van het voertuig vermeerderd met de voor het voertuig toegestane maximum massa aan lading;
c. weg: elke voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer openstaande weg en elk zodanig pad, de in de weg of het pad liggende bruggen en duikers alsmede de tot de weg behorende paden en bermen of zijkanten;
d. autosnelweg: een weg die speciaal is ontworpen en aangelegd voor verkeer met motorrijtuigen, zonder uitwegen naar aanliggende percelen, en die: 1°. behalve op bepaalde plaatsen of tijdelijk is voorzien van gescheiden rijbanen voor beide verkeersrichtingen, welke rijbanen van elkaar gescheiden zijn door een strook die niet voor het verkeer is bestemd, hetzij, bij uitzondering, op andere wijze;
2°. geen andere weg, geen spoor- of tramweg of voetpad gelijkvloers kruist; en
3°. door specifieke verkeerstekens als autosnelweg is aangeduid;
1°. behalve op bepaalde plaatsen of tijdelijk is voorzien van gescheiden rijbanen voor beide verkeersrichtingen, welke rijbanen van elkaar gescheiden zijn door een strook die niet voor het verkeer is bestemd, hetzij, bij uitzondering, op andere wijze;
2°. geen andere weg, geen spoor- of tramweg of voetpad gelijkvloers kruist; en
3°. door specifieke verkeerstekens als autosnelweg is aangeduid;
e. richtlijn: Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (PbEG 1999, L 187);
f. categorieën EURO 0, EURO I, EURO II, EURO III, EURO IV, EURO V en EURO VI: motorrijtuigen met een emissiegrenswaarde als bedoeld in de respectievelijke tabel van bijlage 0 bij de richtlijn;
g. emissievrij voertuig: een emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig als bedoeld in artikel 3, punt 11, van Verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad;
h. categorieën CO2-emissieklasse 1, CO2-emissieklasse 2, CO2-emissieklasse 3, CO2-emissieklasse 4 en CO2-emissieklasse 5: motorrijtuig met een overeenkomstige emissiegrenswaarde als bedoeld in artikel 7 octies bis, tweede lid, van de richtlijn.