BWBR0007800
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 16
Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair onderwijs
1. Bij verpleging van de betrokkene in een ziekeninrichting, alsmede in andere buitengewone omstandigheden, kan de uitbetaling van de bezoldiging geheel of gedeeltelijk aan daartoe door de betrokkene gemachtigden geschieden. Indien de betrokkene niet tot machtiging in staat is, kan door het bevoegd gezag worden bepaald, dat machtiging wordt geacht te zijn verleend aan daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komende personen.
2. In bijzondere omstandigheden kan door het bevoegd gezag, dan wel door Onze Minister ingeval de betrokkene in dienstbetrekking werkzaam is bij een of meer instellingen genoemd in artikel 1, onderdelen b1 en b2 en onderdeel b3 voor zover betrekking hebbend op scholen voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging, worden bepaald dat in de gevallen, bedoeld in de artikelen 14en 15, een uitkering tot ten hoogste het bedrag van de ingehouden bezoldiging geheel of gedeeltelijk aan daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komende personen zal worden uitbetaald. Indien de betrokkene als lid van het onderwijsondersteunend personeel in dienstbetrekking werkzaam is bij een of meer instellingen, genoemd in artikel 1, onderdeel b1, is het oordeel, bedoeld in de vorige volzin, voorbehouden aan het bevoegd gezag.
2. In bijzondere omstandigheden kan door het bevoegd gezag, dan wel door Onze Minister ingeval de betrokkene in dienstbetrekking werkzaam is bij een of meer instellingen genoemd in artikel 1, onderdelen b1 en b2 en onderdeel b3 voor zover betrekking hebbend op scholen voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging, worden bepaald dat in de gevallen, bedoeld in de artikelen 14en 15, een uitkering tot ten hoogste het bedrag van de ingehouden bezoldiging geheel of gedeeltelijk aan daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komende personen zal worden uitbetaald. Indien de betrokkene als lid van het onderwijsondersteunend personeel in dienstbetrekking werkzaam is bij een of meer instellingen, genoemd in artikel 1, onderdeel b1, is het oordeel, bedoeld in de vorige volzin, voorbehouden aan het bevoegd gezag.