BWBR0007837
Geldig vanaf 1996-02-28
Artikel 30
Destructiebesluit 1996
1. Artikel 13, derde lid, van de wetis van toepassing ten aanzien van dode honden en katten die:
a. hetzij worden begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van de desbetreffende dode honden of katten, dan wel op een plaats die ingevolge een besluit van het gemeentebestuur voor dit doel is toegelaten;
b. hetzij volledig worden verast in een crematorium.
2. Artikel 13, derde lid, van de wetis van toepassing ten aanzien van dode paarden die volledig worden verast in een crematorium.
3. De artikelen 4, eerste lid, 5, 7, eerste en derde lid, 8, tweede lid, 9, eerste lid, en 10, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de inrichting van een crematorium voor dode paarden.
4. Dode paarden worden door de beheerder van een crematorium voor dode paarden opgehaald en naar het crematorium vervoerd uiterlijk op de eerste werkdag volgend op die waarop het door de eigenaar of houder daarvan is aangemeld, waarbij de zaterdag niet als werkdag wordt aangemerkt.
5. De artikelen 25, eerste, tweede en zesde lid, en 26, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het vervoer van dode paarden naar een crematorium.
a. hetzij worden begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van de desbetreffende dode honden of katten, dan wel op een plaats die ingevolge een besluit van het gemeentebestuur voor dit doel is toegelaten;
b. hetzij volledig worden verast in een crematorium.
2. Artikel 13, derde lid, van de wetis van toepassing ten aanzien van dode paarden die volledig worden verast in een crematorium.
3. De artikelen 4, eerste lid, 5, 7, eerste en derde lid, 8, tweede lid, 9, eerste lid, en 10, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de inrichting van een crematorium voor dode paarden.
4. Dode paarden worden door de beheerder van een crematorium voor dode paarden opgehaald en naar het crematorium vervoerd uiterlijk op de eerste werkdag volgend op die waarop het door de eigenaar of houder daarvan is aangemeld, waarbij de zaterdag niet als werkdag wordt aangemerkt.
5. De artikelen 25, eerste, tweede en zesde lid, en 26, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het vervoer van dode paarden naar een crematorium.