BWBR0007872
Geldig vanaf 02-10-1997
Artikel 14
Controlevoorschriften AKW
1 Als het kind uitwonend wordt of is, stelt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon de Bank op haar verzoek en binnen een door haar te stellen termijn in kennis van het adres van het kind. Op verzoek van de Bank legt deze persoon binnen een door de Bank te stellen termijn aan de Bank bewijsstukken over van het uitwonend zijn van dit kind.
2 Op verzoek van de Bank legt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon de onderhoudsverklaring naar waarheid en volledig ingevuld, ondertekend en gedateerd, binnen een door de Bank gestelde termijn over aan de Bank. Op verzoek van de Bank doet deze persoon voorts binnen de door de Bank gestelde termijn betaalbewijzen toekomen van de bijdrage in het onderhoud van het kind aan de Bank.
3 Als het kind inkomen heeft, legt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon binnen een door de Bank te stellen termijn bewijsstukken van dit inkomen over.
2 Op verzoek van de Bank legt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon de onderhoudsverklaring naar waarheid en volledig ingevuld, ondertekend en gedateerd, binnen een door de Bank gestelde termijn over aan de Bank. Op verzoek van de Bank doet deze persoon voorts binnen de door de Bank gestelde termijn betaalbewijzen toekomen van de bijdrage in het onderhoud van het kind aan de Bank.
3 Als het kind inkomen heeft, legt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon binnen een door de Bank te stellen termijn bewijsstukken van dit inkomen over.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0007872
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl