BWBR0007893
Geldig vanaf 1997-10-01
Artikel 15
Handelsregisterwet 1996
1. De Kamer verstrekt op verzoek tegen betaling van een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen vergoeding, indien gewenst in elektronische vorm, afschrift van of uittreksel uit hetgeen in het handelsregister is ingeschreven of krachtens wettelijk voorschrift daarbij is gedeponeerd.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt mede door de Kamer in behandeling genomen indien het op elektronische wijze is gedaan.
3. Een afschrift of een uittreksel als bedoeld in het eerste lid kan door de Kamer, op verzoek van de aanvrager op elektronische wijze worden verstrekt.
4. Bij het verstrekken van gegevens omtrent de samenstelling van ondernemingen, welke per onderneming één of meer van de in het handelsregister daartoe ingeschreven gegevens bevatten, worden deze gegevens niet gerangschikt naar natuurlijke personen, tenzij het verzoek daartoe wordt gedaan door:
a. Onze Minister van Justitie ten behoeve van de afgifte van een verklaring van geen bezwaar voor de oprichting of statutenwijziging van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
b. een officier van justitie ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten,
c. de belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting of van premies volksverzekeringen,
d. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voor de uitvoering van hun bij die wet opgedragen taken,
e. burgemeesters en wethouders voor de uitvoering van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, of
f. het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur ten behoeve van het geven van een advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, of
g. de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit voor de uitvoering van de bij de Mededingingswet opgedragen taken.
5. De verplichting tot betaling van een vergoeding als bedoeld in het eerste lid geldt niet indien het verzoek om gegevens wordt gedaan door de directeur-generaal van de statistiek op grond van artikel 33, vierde lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt mede door de Kamer in behandeling genomen indien het op elektronische wijze is gedaan.
3. Een afschrift of een uittreksel als bedoeld in het eerste lid kan door de Kamer, op verzoek van de aanvrager op elektronische wijze worden verstrekt.
4. Bij het verstrekken van gegevens omtrent de samenstelling van ondernemingen, welke per onderneming één of meer van de in het handelsregister daartoe ingeschreven gegevens bevatten, worden deze gegevens niet gerangschikt naar natuurlijke personen, tenzij het verzoek daartoe wordt gedaan door:
a. Onze Minister van Justitie ten behoeve van de afgifte van een verklaring van geen bezwaar voor de oprichting of statutenwijziging van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
b. een officier van justitie ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten,
c. de belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting of van premies volksverzekeringen,
d. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voor de uitvoering van hun bij die wet opgedragen taken,
e. burgemeesters en wethouders voor de uitvoering van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, of
f. het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur ten behoeve van het geven van een advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, of
g. de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit voor de uitvoering van de bij de Mededingingswet opgedragen taken.
5. De verplichting tot betaling van een vergoeding als bedoeld in het eerste lid geldt niet indien het verzoek om gegevens wordt gedaan door de directeur-generaal van de statistiek op grond van artikel 33, vierde lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek.