BWBR0007982
Geldig vanaf 1996-09-01
Artikel 10
Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag
1. Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan artikel 56 van de Politiewet 2012of afzonderlijke artikelleden daarvan voor het gehele land of een gedeelte daarvan buiten werking stellen.
2. Onze voornoemde Minister treft de nodige voorzieningen met betrekking tot de bijstand van de politie voor het geval dat op grond van het eerste lid bepalingen van de Politiewet 2012buiten werking worden gesteld.
3. Voor zover deze voorzieningen betrekking hebben op bijstand van de politie gedurende situaties waarin op grond van artikel 7, eerste lid, of 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestandenbepalingen uit de Oorlogswet voor Nederlandin werking zijn, geschiedt het treffen van deze voorzieningen in overeenstemming met Onze Minister van Defensie.
2. Onze voornoemde Minister treft de nodige voorzieningen met betrekking tot de bijstand van de politie voor het geval dat op grond van het eerste lid bepalingen van de Politiewet 2012buiten werking worden gesteld.
3. Voor zover deze voorzieningen betrekking hebben op bijstand van de politie gedurende situaties waarin op grond van artikel 7, eerste lid, of 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestandenbepalingen uit de Oorlogswet voor Nederlandin werking zijn, geschiedt het treffen van deze voorzieningen in overeenstemming met Onze Minister van Defensie.