BWBR0007983
Geldig vanaf 1997-05-01
Artikel 40
Oorlogswet voor Nederland
1. De officieren of opsporingsambtenaren, aangewezen door het militair gezag, zijn bevoegd alle voorwerpen, waarvan ernstig vermoeden bestaat dat zij zullen dienen tot het in gevaar brengen van de uitwendige of inwendige veiligheid, dan wel van belang zijn voor de waarheidsvinding omtrent een mogelijk in gevaar brengen van die veiligheid, te onderzoeken of voor het militair gezag in beslag te nemen.
2. Van elke inbeslagneming wordt een proces-verbaal opgemaakt. Dit proces-verbaal dat mede de redenen van de inbeslagneming vermeldt, wordt binnen tweemaal vierentwintig uren bij het militair gezag ingeleverd en aan belanghebbende in afschrift medegedeeld, voor zover mededeling aan belanghebbende niet strijdig wordt geoordeeld met het belang van de staat.
2. Van elke inbeslagneming wordt een proces-verbaal opgemaakt. Dit proces-verbaal dat mede de redenen van de inbeslagneming vermeldt, wordt binnen tweemaal vierentwintig uren bij het militair gezag ingeleverd en aan belanghebbende in afschrift medegedeeld, voor zover mededeling aan belanghebbende niet strijdig wordt geoordeeld met het belang van de staat.