BWBR0008005
Geldig vanaf 1996-07-01
Artikel 31
Wet op het Centraal bureau en de Centrale commissie voor de statistiek
1. De directeur-generaal zendt jaarlijks voor 1 mei aan de commissie een verslag van de werkzaamheden van het CBS in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag verschaft tevens inzicht in de administratieve lasten in dat jaar voor ondernemingen en instellingen als gevolg van de verwerving van gegevens door het CBS, in de voorzieningen die het CBS heeft getroffen ingevolge artikel 10en in de mate van terugdringing van de administratieve lasten.
2. De commissie zendt jaarlijks voor 1 juni aan Onze Minister een verslag van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar, met bijvoeging van het in het eerste lid bedoelde verslag van de werkzaamheden van het CBS.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde verslagen worden na de in het tweede lid genoemde datum ter inzage gelegd bij het CBS gedurende acht weken. Hiervan doet de directeur-generaal mededeling in de Staatscourant.
4. Onze Minister zendt onverwijld een afschrift van de in het eerste en tweede lid bedoelde verslagen aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
2. De commissie zendt jaarlijks voor 1 juni aan Onze Minister een verslag van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar, met bijvoeging van het in het eerste lid bedoelde verslag van de werkzaamheden van het CBS.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde verslagen worden na de in het tweede lid genoemde datum ter inzage gelegd bij het CBS gedurende acht weken. Hiervan doet de directeur-generaal mededeling in de Staatscourant.
4. Onze Minister zendt onverwijld een afschrift van de in het eerste en tweede lid bedoelde verslagen aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.