BWBR0008099
Geldig vanaf 1996-07-10
Artikel 9
Besluit suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie
1. Indien betrokkene gedurende de periode dat recht bestaat op suppletie inkomsten verwerft uit of in verband met arbeid of bedrijf, anders dan bedoeld in artikel 8, wordt de berekeningsgrondslag van de suppletie verminderd met de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
2. Indien de betrokkene gedurende de periode dat recht bestaat op suppletie recht krijgt op een ZW-uitkering, wordt de berekeningsgrondslag van de suppletie verminderd met de ZW-uitkering.
3. Onder inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, bedoeld in het eerste lid, worden begrepen inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die zijn ontstaan:
a. met ingang van of na de dag waarop het ontslag ter zake waarvan de betrokkene suppletie is toegekend, hem is aangezegd;
b. gedurende non-activiteit, vakantie of verlof onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan de betrokkene suppletie is toegekend;
c. vóór de dag van het ontslag ter zake waarvan de betrokkene suppletie is toegekend, anders dan bedoeld in onderdeel a en b, en artikel 8, tweede lid, en onderdeel a en b, voor zover uit deze arbeid of dit bedrijf na die dag inkomsten of meer inkomsten worden genoten door de betrokkene, terwijl die inkomsten of die meerdere inkomsten of een gedeelte daarvan, het gevolg zijn van een verhoogde werkzaamheid danwel verband houden met het ontslag.
4. In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag ten gunste van betrokkene afwijken van het derde lid.
2. Indien de betrokkene gedurende de periode dat recht bestaat op suppletie recht krijgt op een ZW-uitkering, wordt de berekeningsgrondslag van de suppletie verminderd met de ZW-uitkering.
3. Onder inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, bedoeld in het eerste lid, worden begrepen inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die zijn ontstaan:
a. met ingang van of na de dag waarop het ontslag ter zake waarvan de betrokkene suppletie is toegekend, hem is aangezegd;
b. gedurende non-activiteit, vakantie of verlof onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan de betrokkene suppletie is toegekend;
c. vóór de dag van het ontslag ter zake waarvan de betrokkene suppletie is toegekend, anders dan bedoeld in onderdeel a en b, en artikel 8, tweede lid, en onderdeel a en b, voor zover uit deze arbeid of dit bedrijf na die dag inkomsten of meer inkomsten worden genoten door de betrokkene, terwijl die inkomsten of die meerdere inkomsten of een gedeelte daarvan, het gevolg zijn van een verhoogde werkzaamheid danwel verband houden met het ontslag.
4. In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag ten gunste van betrokkene afwijken van het derde lid.