BWBR0008103
Geldig vanaf 27-06-1996
Artikel 3
Verordening op de praktijkopleiding
1. De praktijkopleider, dient in beginsel de trainee de gelegenheid te bieden de overeengekomen periode van de praktijkopleiding bij hem af te ronden.
2. De praktijkopleider laat de trainee binnen de overeengekomen periode in overeenstemming met het praktijkopleidingsplan zodanige werkzaamheden verrichten dat hij in staat is voldoende ervaring op te doen. Deze ervaring dient de trainee in staat te stellen zijn theoretische kennis, bedoeld in artikel 81, eerste lid van de Wet, na afloop van de praktijkopleiding in voldoende mate in praktijk te brengen.
3. De praktijkopleider verschaft in de ruimste zin des woords de trainee leiding, voorlichting en raad ten aanzien van de werkzaamheden die betrekking hebben op da praktijkopleiding.
4. De praktijkopleider stelt samen met de trainee binnen het kader van het praktijkopleidingsplan een planning op van de uit te voeren werkzaamheden.
2. De praktijkopleider laat de trainee binnen de overeengekomen periode in overeenstemming met het praktijkopleidingsplan zodanige werkzaamheden verrichten dat hij in staat is voldoende ervaring op te doen. Deze ervaring dient de trainee in staat te stellen zijn theoretische kennis, bedoeld in artikel 81, eerste lid van de Wet, na afloop van de praktijkopleiding in voldoende mate in praktijk te brengen.
3. De praktijkopleider verschaft in de ruimste zin des woords de trainee leiding, voorlichting en raad ten aanzien van de werkzaamheden die betrekking hebben op da praktijkopleiding.
4. De praktijkopleider stelt samen met de trainee binnen het kader van het praktijkopleidingsplan een planning op van de uit te voeren werkzaamheden.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0008103
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl