BWBR0008113
Geldig vanaf 1996-07-01
Artikel 15
Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. betrokkene: de betrokkene in de zin van artikel 1, onder b, aan wie een privatiseringsontslag is verleend en die onmiddellijk aansluitend aan dat ontslag in dienst is getreden van de privaatrechtelijke organisatie;
b. privatiseringsoperatie: een operatie die ten doel heeft werkzaamheden van het Ministerie van Defensie uit te besteden of over te dragen aan een bestaande of voor dat doel opgerichte privaatrechtelijke organisatie;
c. privaatrechtelijke organisatie: de privaatrechtelijke organisatie die de werkzaamheden uitvoert die in het kader van een privatiseringsoperatie door het Ministerie van Defensie zijn uitbesteed of overgedragen;
d. privatiseringsontslag: het ontslag uit een overheidsbetrekking in het kader van een privatiseringsoperatie;
e. ontslag als werknemer: het ontslag uit de betrekking bij de privaatrechtelijke organisatie.
2. Indien binnen twee jaar na het privatiseringsontslag blijkt dat de betrekking die betrokkene bij de privaatrechtelijke organisatie vervult niet passend is en hij in verband daarmee al dan niet op eigen verzoek is ontslagen, heeft hij recht op de aanvullende uitkering uit hoofde van zijn ontslag als werknemer met ingang van de dag op welke hij aanspraak krijgt op een uitkering krachtens de WW.
3. Indien betrokkene binnen twee jaar na het privatiseringsontslag als werknemer is ontslagen ten gevolge van opheffing van zijn betrekking bij de privaatrechtelijke organisatie of overtolligheid van personeel door verandering of inkrimping van die organisatie heeft hij recht op de aanvullende uitkering uit hoofde van zijn ontslag als werknemer met ingang van de dag op welke hij aanspraak krijgt op een uitkering krachtens de WW.
4. Betrokkene die als werknemer is ontslagen en op wie het bepaalde in het tweede of derde lid niet van toepassing is, heeft uit hoofde van zijn ontslag als werknemer recht op de aanvullende uitkering met ingang van de dag op welke hij aanspraak krijgt op een uitkering krachtens de WW, met dien verstande dat de duur van de aanvullende uitkering ingaat op de dag van het privatiseringsontslag.
a. betrokkene: de betrokkene in de zin van artikel 1, onder b, aan wie een privatiseringsontslag is verleend en die onmiddellijk aansluitend aan dat ontslag in dienst is getreden van de privaatrechtelijke organisatie;
b. privatiseringsoperatie: een operatie die ten doel heeft werkzaamheden van het Ministerie van Defensie uit te besteden of over te dragen aan een bestaande of voor dat doel opgerichte privaatrechtelijke organisatie;
c. privaatrechtelijke organisatie: de privaatrechtelijke organisatie die de werkzaamheden uitvoert die in het kader van een privatiseringsoperatie door het Ministerie van Defensie zijn uitbesteed of overgedragen;
d. privatiseringsontslag: het ontslag uit een overheidsbetrekking in het kader van een privatiseringsoperatie;
e. ontslag als werknemer: het ontslag uit de betrekking bij de privaatrechtelijke organisatie.
2. Indien binnen twee jaar na het privatiseringsontslag blijkt dat de betrekking die betrokkene bij de privaatrechtelijke organisatie vervult niet passend is en hij in verband daarmee al dan niet op eigen verzoek is ontslagen, heeft hij recht op de aanvullende uitkering uit hoofde van zijn ontslag als werknemer met ingang van de dag op welke hij aanspraak krijgt op een uitkering krachtens de WW.
3. Indien betrokkene binnen twee jaar na het privatiseringsontslag als werknemer is ontslagen ten gevolge van opheffing van zijn betrekking bij de privaatrechtelijke organisatie of overtolligheid van personeel door verandering of inkrimping van die organisatie heeft hij recht op de aanvullende uitkering uit hoofde van zijn ontslag als werknemer met ingang van de dag op welke hij aanspraak krijgt op een uitkering krachtens de WW.
4. Betrokkene die als werknemer is ontslagen en op wie het bepaalde in het tweede of derde lid niet van toepassing is, heeft uit hoofde van zijn ontslag als werknemer recht op de aanvullende uitkering met ingang van de dag op welke hij aanspraak krijgt op een uitkering krachtens de WW, met dien verstande dat de duur van de aanvullende uitkering ingaat op de dag van het privatiseringsontslag.