BWBR0008114
Geldig vanaf 2010-12-13
Artikel 8
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk
1. Indien op het moment van ontslag de duur van de uitkering berekend op basis van artikel 2van dit besluit langer is dan de duur van de uitkering berekend op basis van de Werkloosheidswet, heeft betrokkene, die het einde van de uitkeringsduur krachtens de Werkloosheidswetheeft bereikt, met ingang van dat moment recht op een aansluitende uitkering, met dien verstande dat de verloren arbeidsuren waarvoor hij geen betrokkene is geen aanspraak geven op een uitkering krachtens dit besluit.
2. Op de aansluitende uitkering zijn hoofdstuk II, paragrafen 1 tot en met 3, en de artikelen 47a, 47b, 75, 76, 76a, 77aen 78 van de Werkloosheidswetvan overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het tweede lid zijn de artikelen 19, eerste lid, onderdelen a, b, c en h, en 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet, niet van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering, bedoeld in het eerste en tweede lid.
4. Het recht op aansluitende uitkering eindigt na ommekomst van de duur van de aansluitende uitkering, maar uiterlijk op de dag waarop betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
5. In het geval van samenloop van een uitkering krachtens de Ziekteweten een aansluitende uitkering wordt de uitkering krachtens de Ziektewet geheel in mindering gebracht op de aansluitende uitkering.
2. Op de aansluitende uitkering zijn hoofdstuk II, paragrafen 1 tot en met 3, en de artikelen 47a, 47b, 75, 76, 76a, 77aen 78 van de Werkloosheidswetvan overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het tweede lid zijn de artikelen 19, eerste lid, onderdelen a, b, c en h, en 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet, niet van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering, bedoeld in het eerste en tweede lid.
4. Het recht op aansluitende uitkering eindigt na ommekomst van de duur van de aansluitende uitkering, maar uiterlijk op de dag waarop betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
5. In het geval van samenloop van een uitkering krachtens de Ziekteweten een aansluitende uitkering wordt de uitkering krachtens de Ziektewet geheel in mindering gebracht op de aansluitende uitkering.