BWBR0008981 Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 2
Regeling indicatie sociale werkvoorziening
1. Een indicatie van een betrokkene die op de wachtlijst is geplaatst heeft een geldigheidsduur van maximaal 3 jaar.
2. Een herindicatie van een betrokkene die op de wachtlijst is geplaatst heeft een geldigheidsduur van maximaal 2 jaar.
3. Een indicatie of herindicatie van een betrokkene die op de wachtlijst is geplaatst en vervolgens een dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de wet aanvaardt, heeft vanaf de datum van het aanvaarden van de dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst een geldigheidsduur van maximaal 2 jaar.
4. Iedere volgende herindicatie van een werknemer met wie een dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst is aangegaan als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de wet heeft een geldigheidsduur van maximaal 3 jaar.
2. Een herindicatie van een betrokkene die op de wachtlijst is geplaatst heeft een geldigheidsduur van maximaal 2 jaar.
3. Een indicatie of herindicatie van een betrokkene die op de wachtlijst is geplaatst en vervolgens een dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de wet aanvaardt, heeft vanaf de datum van het aanvaarden van de dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst een geldigheidsduur van maximaal 2 jaar.
4. Iedere volgende herindicatie van een werknemer met wie een dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst is aangegaan als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de wet heeft een geldigheidsduur van maximaal 3 jaar.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0008981
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl