BWBR0009077
Geldig vanaf 2005-07-04
Artikel 8
Regeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffen
1. De analyse als bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt uitgevoerd door een door de minister aangewezen laboratorium.
2. De minister wijst een laboratorium slechts aan, indien het laboratorium is geaccrediteerd door de Raad overeenkomstig het accreditatie-programma.
3. De minister trekt de aanwijzing in, indien het laboratorium niet meer voldoet aan de in het tweede lid gestelde voorwaarde. De aanwijzing kan eveneens worden ingetrokken bij gebleken verwaarlozing in de taakuitoefening of wegens andere gewichtige redenen op grond waarvan handhaving van de aanwijzing redelijkerwijs niet kan worden verlangd.
4. Van de aanwijzing en de intrekking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
5. Een aangewezen laboratorium werkt overeenkomstig het accreditatieprogramma.
6. In afwijking van het eerste lid kan analyse worden uitgevoerd door een in een andere lid-staat van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, gevestigd laboratorium dat in die lid-staat, onderscheidenlijk die staat is erkend, dat voldoet aan eisen gelijkwaardig aan die uit het accreditatieprogramma en dat werkt overeenkomstig een programma gelijkwaardig aan het accreditatieprogramma.
7. In afwijking van het tweede lid kan de minister een laboratorium aanwijzen dat geaccrediteerd is door de Raad overeenkomstig het accreditatieprogramma, uitgezonderd punt 1.4 van het programma. De minister kan aan deze aanwijzing voorschriften en beperkingen verbinden.
2. De minister wijst een laboratorium slechts aan, indien het laboratorium is geaccrediteerd door de Raad overeenkomstig het accreditatie-programma.
3. De minister trekt de aanwijzing in, indien het laboratorium niet meer voldoet aan de in het tweede lid gestelde voorwaarde. De aanwijzing kan eveneens worden ingetrokken bij gebleken verwaarlozing in de taakuitoefening of wegens andere gewichtige redenen op grond waarvan handhaving van de aanwijzing redelijkerwijs niet kan worden verlangd.
4. Van de aanwijzing en de intrekking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
5. Een aangewezen laboratorium werkt overeenkomstig het accreditatieprogramma.
6. In afwijking van het eerste lid kan analyse worden uitgevoerd door een in een andere lid-staat van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, gevestigd laboratorium dat in die lid-staat, onderscheidenlijk die staat is erkend, dat voldoet aan eisen gelijkwaardig aan die uit het accreditatieprogramma en dat werkt overeenkomstig een programma gelijkwaardig aan het accreditatieprogramma.
7. In afwijking van het tweede lid kan de minister een laboratorium aanwijzen dat geaccrediteerd is door de Raad overeenkomstig het accreditatieprogramma, uitgezonderd punt 1.4 van het programma. De minister kan aan deze aanwijzing voorschriften en beperkingen verbinden.