BWBR0009079
Geldig vanaf 2015-03-04
Artikel 21
Wet inzake bloedvoorziening
1. Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Justitie. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
3. Bij de uitoefening van hun taak dragen de ambtenaren een legitimatiebewijs bij zich.
4. Onverminderd artikel 1, eerste en tweede lid, van de Algemene wet op het binnentredentonen zij hun legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds.
5. Het legitimatiebewijs bevat een foto van de ambtenaar en vermeldt in ieder geval diens naam en hoedanigheid.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
3. Bij de uitoefening van hun taak dragen de ambtenaren een legitimatiebewijs bij zich.
4. Onverminderd artikel 1, eerste en tweede lid, van de Algemene wet op het binnentredentonen zij hun legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds.
5. Het legitimatiebewijs bevat een foto van de ambtenaar en vermeldt in ieder geval diens naam en hoedanigheid.