BWBR0009124
Geldig vanaf 2013-08-20
Artikel 69d
Wet zeevarenden
1. De scheepsbeheerder draagt er zorg voor dat de zee-arbeidsovereenkomsten, bedoeld in de artikelen 694, eerste liden 736, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboekvan de zeevarenden aan boord van zijn schip voldoen aan het bepaalde in de artikelen 697en 699 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboeken, voor wat betreft de onderdelen 6, 7, 8, 12 en 13 van laatstgenoemd artikel, in overeenstemming zijn met de toepasselijke bepalingen in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
2. De scheepsbeheerder zorgt voor de nakoming van de uit de artikelen 706 tot en met 709, 717 tot en met 720, en 734 tot en met 734l van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboekvoortkomende verplichtingen. Indien de scheepsbeheerder niet de werkgever is van de desbetreffende zeevarende, geeft de scheepsbeheerder slechts toepassing aan de eerste volzin indien de werkgever bij de nakoming van deze verplichtingen in gebreke blijft en de zeevarende aan de scheepsbeheerder een verzoek tot nakoming doet.
3. De scheepsbeheerder zorgt voor de nakoming van de uit de artikelen 738a, eerste tot en met vierde lid, 738d, 738e, eerste en tweede lid, en 738f, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboekvoortkomende verplichtingen.
4. De scheepsbeheerder handelt overeenkomstig de voor het desbetreffende schip op grond van artikel 48c, eerste lid, afgegeven verklaring naleving maritieme arbeid.
2. De scheepsbeheerder zorgt voor de nakoming van de uit de artikelen 706 tot en met 709, 717 tot en met 720, en 734 tot en met 734l van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboekvoortkomende verplichtingen. Indien de scheepsbeheerder niet de werkgever is van de desbetreffende zeevarende, geeft de scheepsbeheerder slechts toepassing aan de eerste volzin indien de werkgever bij de nakoming van deze verplichtingen in gebreke blijft en de zeevarende aan de scheepsbeheerder een verzoek tot nakoming doet.
3. De scheepsbeheerder zorgt voor de nakoming van de uit de artikelen 738a, eerste tot en met vierde lid, 738d, 738e, eerste en tweede lid, en 738f, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboekvoortkomende verplichtingen.
4. De scheepsbeheerder handelt overeenkomstig de voor het desbetreffende schip op grond van artikel 48c, eerste lid, afgegeven verklaring naleving maritieme arbeid.