BWBR0009197
Geldig vanaf 1997-12-30
Artikel 2
Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen
1. De militair, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 1°, 2° of 3°, die een werkelijke dienst van meer dan twee doch minder dan vijf jaar, hetzij tijdens de Tweede Wereldoorlog, dan wel in het voormalig Nederlands-Indië, in Korea of in het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea doorgebracht, kan aanwijzen, alsmede de militair, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 4°, die daarenboven in de periode voor de inwerkingtreding van deze wet tenminste één jaar onafgebroken in Nederland gevestigd is geweest, heeft aanspraak op een eenmalige uitkering ten bedrage van € 453,78.
2. Eveneens aanspraak op een eenmalige uitkering ten bedrage van € 453,78 heeft degene die als militair ten minste vijf jaar werkelijke dienst kan aanwijzen, hetzij tijdens de Tweede Wereldoorlog, dan wel in het voormalig Nederlands-Indië, in Korea of in het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea doorgebracht en niet of minder dan vijf jaar als militair in de zin van de Uitkeringswet financiële compensatie langdurige militaire dienstonderscheidenlijk de Uitkeringswet KNIL-dienstplichttijdin werkelijke dienst is geweest.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de militair die zich schuldig heeft gemaakt aan desertie of dienstweigering.
2. Eveneens aanspraak op een eenmalige uitkering ten bedrage van € 453,78 heeft degene die als militair ten minste vijf jaar werkelijke dienst kan aanwijzen, hetzij tijdens de Tweede Wereldoorlog, dan wel in het voormalig Nederlands-Indië, in Korea of in het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea doorgebracht en niet of minder dan vijf jaar als militair in de zin van de Uitkeringswet financiële compensatie langdurige militaire dienstonderscheidenlijk de Uitkeringswet KNIL-dienstplichttijdin werkelijke dienst is geweest.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de militair die zich schuldig heeft gemaakt aan desertie of dienstweigering.