BWBR0009370
Geldig vanaf 08-03-2006
Artikel 10
Saneringsbesluit geluidhinder wegverkeer 1998
1. Burgemeester en wethouders leggen een vastgesteld programma van maatregelen als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 9, onverwijld door tussenkomst van gedeputeerde staten voor aan Onze Minister.
2. Onze Minister stelt na ontvangst van een zodanig programma voor de gebouwen en terreinen waarop het betrekking heeft, de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de uitwendige scheidingsconstructie, onderscheidenlijk aan de grens van de terreinen vast.
3. Onze Minister kan bij een besluit als bedoeld in het tweede lid voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de weg, van de uitwendige scheidingsconstructie van categorie a- en categorie b-gebouwen en aan de grens van terreinen hogere dan de in artikel 5 genoemde waarden vaststellen in gevallen waarin de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting tot die waarden, onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren zal ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze waarde mag niet te boven gaan:
a. voor categorie a-gebouwen: 70 dB(A);
b. voor categorie b-gebouwen: 60 dB(A);
c. voor terreinen: 70 dB(A).
4. Indien ingevolge toepassing van het tweede onderscheidenlijk derde lid voor de uitwendige scheidingsconstructie van een of meer categorie a- en categorie b-gebouwen een hogere geluidsbelasting dan 55 dB(A) als toelaatbaar is aangemerkt, treft het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die uitwendige scheidingsconstructie maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de weg, bij gesloten ramen in de categorie a-ruimten 40 dB(A) bedraagt en in de categorie b-ruimten 45 dB(A) bedraagt.
2. Onze Minister stelt na ontvangst van een zodanig programma voor de gebouwen en terreinen waarop het betrekking heeft, de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de uitwendige scheidingsconstructie, onderscheidenlijk aan de grens van de terreinen vast.
3. Onze Minister kan bij een besluit als bedoeld in het tweede lid voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de weg, van de uitwendige scheidingsconstructie van categorie a- en categorie b-gebouwen en aan de grens van terreinen hogere dan de in artikel 5 genoemde waarden vaststellen in gevallen waarin de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting tot die waarden, onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren zal ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze waarde mag niet te boven gaan:
a. voor categorie a-gebouwen: 70 dB(A);
b. voor categorie b-gebouwen: 60 dB(A);
c. voor terreinen: 70 dB(A).
4. Indien ingevolge toepassing van het tweede onderscheidenlijk derde lid voor de uitwendige scheidingsconstructie van een of meer categorie a- en categorie b-gebouwen een hogere geluidsbelasting dan 55 dB(A) als toelaatbaar is aangemerkt, treft het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die uitwendige scheidingsconstructie maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de weg, bij gesloten ramen in de categorie a-ruimten 40 dB(A) bedraagt en in de categorie b-ruimten 45 dB(A) bedraagt.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0009370
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl