BWBR0009504
Geldig vanaf 1998-04-01
Artikel 1
Financieringsregeling Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. de lasten met betrekking tot het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten: 1°. de uitkeringen ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
2°. de vakantie-uitkeringen, bedoeld in artikel 21, van de Wet arbeidsonge-schiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
3°. de ingevolge enige wet over de uitkeringen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies, die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
4°. het op grond van artikel 50, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, aan ’s Rijks kas af te dragen bedrag;
5°. de subsidies, bedoeld in artikel 67 van de Wet arbeidsongeschiktheids-voorziening jonggehandicapten;
6°. de uitvoeringskosten van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
1°. de uitkeringen ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
2°. de vakantie-uitkeringen, bedoeld in artikel 21, van de Wet arbeidsonge-schiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
3°. de ingevolge enige wet over de uitkeringen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies, die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
4°. het op grond van artikel 50, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, aan ’s Rijks kas af te dragen bedrag;
5°. de subsidies, bedoeld in artikel 67 van de Wet arbeidsongeschiktheids-voorziening jonggehandicapten;
6°. de uitvoeringskosten van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
a. Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. de lasten met betrekking tot het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten: 1°. de uitkeringen ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
2°. de vakantie-uitkeringen, bedoeld in artikel 21, van de Wet arbeidsonge-schiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
3°. de ingevolge enige wet over de uitkeringen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies, die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
4°. het op grond van artikel 50, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, aan ’s Rijks kas af te dragen bedrag;
5°. de subsidies, bedoeld in artikel 67 van de Wet arbeidsongeschiktheids-voorziening jonggehandicapten;
6°. de uitvoeringskosten van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
1°. de uitkeringen ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
2°. de vakantie-uitkeringen, bedoeld in artikel 21, van de Wet arbeidsonge-schiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
3°. de ingevolge enige wet over de uitkeringen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies, die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
4°. het op grond van artikel 50, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, aan ’s Rijks kas af te dragen bedrag;
5°. de subsidies, bedoeld in artikel 67 van de Wet arbeidsongeschiktheids-voorziening jonggehandicapten;
6°. de uitvoeringskosten van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;