BWBR0009544
Geldig vanaf 1998-09-30
Artikel 24
Wet inburgering nieuwkomers
1. Voor zover het tijdstip waarop deze wet in werking treedt binnen de termijn, bedoeld in artikel 2, tweede of derde lid, valt, wordt deze termijn verlengd tot het tijdstip waarop zes weken zijn verstreken sinds het tijdstip van inwerkingtreding.
2. Onder de in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, bedoelde nieuwkomer wordt niet verstaan de Nederlander die in enig persoonsregister als bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding opgenomen is geweest.
3. De artikelen 2.3.1en 2.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals deze luiden na de inwerkingtreding van deze wet, en artikel 16vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot het eerste kalenderjaar na deze inwerkingtreding. De voorwaarden, gesteld krachtens artikel 2.3.1, eerste lid, derde volzin, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals dit luidt op de dag voor de inwerkingtreding van artikel 21, onderdeel A, blijven van kracht ten aanzien van de middelen waarop deze voorwaarden betrekking hebben.
4. Voor zover deze wet, de Wet educatie en beroepsonderwijsof de Welzijnswet 1994daarin niet voorziet, alsmede indien nodig in afwijking van het bij of krachtens deze wetten bepaalde, worden bij ministeriële regeling regels vastgesteld ten behoeve van een goede invoering van deze wet, de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals gewijzigd door deze wet, of de Welzijnswet 1994, zoals gewijzigd door deze wet.
5. Artikel 1, derde en vierde lid, is voor de eerste maal van toepassing op de daar bedoelde vreemdeling of Nederlander die na inwerkingtreding van deze wet voor de eerste keer tot Nederland is toegelaten, respectievelijk die na inwerkingtreding van deze wet voor de eerste keer in Nederland ingezetene in de zin van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevensis.
2. Onder de in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, bedoelde nieuwkomer wordt niet verstaan de Nederlander die in enig persoonsregister als bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding opgenomen is geweest.
3. De artikelen 2.3.1en 2.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals deze luiden na de inwerkingtreding van deze wet, en artikel 16vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot het eerste kalenderjaar na deze inwerkingtreding. De voorwaarden, gesteld krachtens artikel 2.3.1, eerste lid, derde volzin, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals dit luidt op de dag voor de inwerkingtreding van artikel 21, onderdeel A, blijven van kracht ten aanzien van de middelen waarop deze voorwaarden betrekking hebben.
4. Voor zover deze wet, de Wet educatie en beroepsonderwijsof de Welzijnswet 1994daarin niet voorziet, alsmede indien nodig in afwijking van het bij of krachtens deze wetten bepaalde, worden bij ministeriële regeling regels vastgesteld ten behoeve van een goede invoering van deze wet, de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals gewijzigd door deze wet, of de Welzijnswet 1994, zoals gewijzigd door deze wet.
5. Artikel 1, derde en vierde lid, is voor de eerste maal van toepassing op de daar bedoelde vreemdeling of Nederlander die na inwerkingtreding van deze wet voor de eerste keer tot Nederland is toegelaten, respectievelijk die na inwerkingtreding van deze wet voor de eerste keer in Nederland ingezetene in de zin van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevensis.