BWBR0009612
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel XVI
Wijzigingswet Burgerlijk Wetboek, het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 enz. (Flexibiliteit en zekerheid)
1. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
2. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt na 2 jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na 4 jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de wijze waarop de Centrale organisatie werk en inkomen, bedoeld in artikel 2 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomende bevoegdheid tot het verlenen van toestemming voor de opzegging van de arbeidsverhouding, bedoeld in artikel II, onderdeel B, heeft uitgevoerd.
2. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt na 2 jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na 4 jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de wijze waarop de Centrale organisatie werk en inkomen, bedoeld in artikel 2 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomende bevoegdheid tot het verlenen van toestemming voor de opzegging van de arbeidsverhouding, bedoeld in artikel II, onderdeel B, heeft uitgevoerd.