BWBR0009642
Geldig vanaf 1998-07-17
Artikel 10
Planwet verkeer en vervoer
1. De gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders betrekt bij de voorbereiding van het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid of van het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan de naar zijn oordeel meest belanghebbende bestuursorganen en stelt hen op de hoogte van het door de gemeenteraad onderscheidenlijk het college te voeren beleid. Daartoe behoren in ieder geval gedeputeerde staten van de provincie, de colleges van burgemeester en wethouders van de aangrenzende gemeenten, de besturen van betrokken waterschappen die tevens wegbeheerder zijn en, in voorkomende gevallen, Onze Minister.
2. Op de voorbereiding van het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing.
3. Voor zover het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid gevolgen heeft voor het ruimtelijk beleid, geeft de gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders in ieder geval aan binnen welke termijn de daarvoor aangewezen procedures op basis van de Wet ruimtelijke ordeningin gang gezet worden.
2. Op de voorbereiding van het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing.
3. Voor zover het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid gevolgen heeft voor het ruimtelijk beleid, geeft de gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders in ieder geval aan binnen welke termijn de daarvoor aangewezen procedures op basis van de Wet ruimtelijke ordeningin gang gezet worden.