BWBR0009684
Geldig vanaf 2004-03-04
Artikel 18b
Infectieziektenwet
1. De duur van de afzondering en de waarneming bedraagt zo lang als noodzakelijk is om het gevaar, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, onder b, af te wenden, doch ten hoogste achttien dagen.
2. De duur van de afzondering en de waarneming bedraagt bij pokken voor:
a. een bevestigd geval van pokken: de periode dat de patiënt besmettelijk is;
b. een waarschijnlijk of verdacht geval van pokken dat niet bevestigd wordt: ten hoogste achttien dagen;
c. een waarschijnlijk of verdacht geval van pokken dat niet bevestigd wordt, na succesvolle vaccinatie: veertien dagen;
d. gevaccineerde personen in de eerste ring die koorts, maar geen laesies ontwikkelen: ten hoogste achttien dagen;
e. gevaccineerde personen in de eerste ring die meer dan 4x24 uur na contact met een patiënt met pokken gevaccineerd zijn: ten hoogste veertien dagen;
f. gevaccineerde personen in de eerste ring, bij wie het vaccin niet aanslaat: ten hoogste achttien dagen;
g. niet-gevaccineerde personen in de eerste ring: ten hoogste achttien dagen;
h. personen, bedoeld in b tot en met g, die pokken ontwikkelen: de periode dat de betrokkene besmettelijk is;
i. eventuele andere categorieën: zolang als dit voor de bescherming van de volksgezondheid noodzakelijk is.
3. Op aanwijzing van de hoofdinspecteur kunnen de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen worden verlengd.
2. De duur van de afzondering en de waarneming bedraagt bij pokken voor:
a. een bevestigd geval van pokken: de periode dat de patiënt besmettelijk is;
b. een waarschijnlijk of verdacht geval van pokken dat niet bevestigd wordt: ten hoogste achttien dagen;
c. een waarschijnlijk of verdacht geval van pokken dat niet bevestigd wordt, na succesvolle vaccinatie: veertien dagen;
d. gevaccineerde personen in de eerste ring die koorts, maar geen laesies ontwikkelen: ten hoogste achttien dagen;
e. gevaccineerde personen in de eerste ring die meer dan 4x24 uur na contact met een patiënt met pokken gevaccineerd zijn: ten hoogste veertien dagen;
f. gevaccineerde personen in de eerste ring, bij wie het vaccin niet aanslaat: ten hoogste achttien dagen;
g. niet-gevaccineerde personen in de eerste ring: ten hoogste achttien dagen;
h. personen, bedoeld in b tot en met g, die pokken ontwikkelen: de periode dat de betrokkene besmettelijk is;
i. eventuele andere categorieën: zolang als dit voor de bescherming van de volksgezondheid noodzakelijk is.
3. Op aanwijzing van de hoofdinspecteur kunnen de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen worden verlengd.