BWBR0009696
Geldig vanaf 1998-08-01
Artikel 27
Besluit volksgezondheidssubsidies
1. Binnen vier maanden na afloop van de periode of het project waarvoor subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag in voor de subsidievaststelling.
2. De aanvraag voor de subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. het verslag, bedoeld in artikel 18;
b. een subsidiedeclaratie;
c. de jaarrekening en
d. indien de aanvraag is ondertekend door een of meer andere personen dan de personen die op grond van de statuten bevoegd zijn de instelling te vertegenwoordigen: een afschrift van de volmacht op grond waarvan de aanvraag door die andere persoon of personen is ondertekend.
3. Een subsidiedeclaratie kan achterwege blijven indien de daarmee te verstrekken informatie reeds in de in te zenden jaarrekening is opgenomen.
4. De jaarrekening behoeft, tenzij bij de subsidieverlening anders is bepaald, niet te worden ingezonden, indien het gaat om:
a. een projectsubsidie, of
b. een subsidie aan een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld.
5. Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn
6. Onze Minister kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn.
2. De aanvraag voor de subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. het verslag, bedoeld in artikel 18;
b. een subsidiedeclaratie;
c. de jaarrekening en
d. indien de aanvraag is ondertekend door een of meer andere personen dan de personen die op grond van de statuten bevoegd zijn de instelling te vertegenwoordigen: een afschrift van de volmacht op grond waarvan de aanvraag door die andere persoon of personen is ondertekend.
3. Een subsidiedeclaratie kan achterwege blijven indien de daarmee te verstrekken informatie reeds in de in te zenden jaarrekening is opgenomen.
4. De jaarrekening behoeft, tenzij bij de subsidieverlening anders is bepaald, niet te worden ingezonden, indien het gaat om:
a. een projectsubsidie, of
b. een subsidie aan een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld.
5. Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn
6. Onze Minister kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn.