BWBR0009876
Geldig vanaf 1998-09-04
Artikel 4
Regeling eigen bijdrage asielzoekers met inkomen en vermogen
1. Tot de middelen bedoeld in artikel 3worden gerekend alle vermogens- en inkomensbestandsdelen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.
2. Niet tot de middelen van de belanghebbende worden gerekend:
a. kinderbijslag;
b. vergoedingen en tegemoetkomingen voor verwervingskosten, alsmede de vermindering of teruggave van loonbelasting of inkomstenbelasting en van premies volksverzekeringen voor verwervingskosten die de in artikel 37 van de Wet op de inkomstenbelasting genoemde bedragen te boven gaan;
c. rente ontvangen over op grond van artikel 9, onder b, c, en d, niet in aanmerking genomen vermogen;
d. een uitkering in verband met geleden immateriële schade voor zover dit, gelet op de aard en de hoogte van de uitkering, uit een oogpunt van het verlenen van verstrekkingen als bedoeld in artikel 5 van de Rva 1997, verantwoord is;
e. inkomsten uit of in verband met arbeid tot € 71,70 per maand, alsmede de helft van het meerdere tot een maximum van in totaal € 131,60 per maand.
2. Niet tot de middelen van de belanghebbende worden gerekend:
a. kinderbijslag;
b. vergoedingen en tegemoetkomingen voor verwervingskosten, alsmede de vermindering of teruggave van loonbelasting of inkomstenbelasting en van premies volksverzekeringen voor verwervingskosten die de in artikel 37 van de Wet op de inkomstenbelasting genoemde bedragen te boven gaan;
c. rente ontvangen over op grond van artikel 9, onder b, c, en d, niet in aanmerking genomen vermogen;
d. een uitkering in verband met geleden immateriële schade voor zover dit, gelet op de aard en de hoogte van de uitkering, uit een oogpunt van het verlenen van verstrekkingen als bedoeld in artikel 5 van de Rva 1997, verantwoord is;
e. inkomsten uit of in verband met arbeid tot € 71,70 per maand, alsmede de helft van het meerdere tot een maximum van in totaal € 131,60 per maand.