BWBR0009903
Geldig vanaf 31-03-2007
Artikel 4
Zuivelverordening 1998, Schoolmelk
1. Onverminderd het bepaalde in Verordening (EG) nr. 2707/2000 wordt de in artikel 2 bedoelde steun slechts toegekend indien:
a. de prijs, welke aan de leerlingen in rekening wordt gebracht, per eenheid volle melk en halfvolle melk alsmede volle melk en halfvolle melk waaraan chocolade is toegevoegd, niet meer bedraagt dan het in de artikelen 5, 6 of 6a bedoelde bedrag;
b. de prijs, welke aan de leerlingen in rekening wordt gebracht, per eenheid ander zuivelproduct dan genoemd onder a, niet meer bedraagt dan het overeenkomstig in artikel 7 aanvaarde bedrag;
c. de aanvrager van steun een zodanige administratie voert dat daarin is vermeld: de aangekochte hoeveelheid door of de afgeleverde hoeveelheid aan de onderwijsinstellingen, onderscheiden naar de soort zuivelproducten, en de prijs welke daarvoor aan de leerlingen in rekening wordt gebracht, het aantal leerlingen in het betrokken schooljaar, vanaf welke datum de onderwijsinstelling uitgerust is met de onder d bedoelde apparatuur.
d. de onderwijsinstelling is uitgerust met apparatuur, welke geschikt is voor het gekoeld bewaren van de betrokken zuivelproducten.
e. door het productschap is vastgesteld dat de bepalingen van Verordening (EG) nr. 2707/2000 in acht zijn genomen en dat aan alle overige door het productschap gestelde voorwaarden voor de verlening van de steun is voldaan.
2. Indien aan de leverancier steun wordt verleend draagt hij er zorg voor dat:
de in lid 1, onder c, bedoelde gegevens per onderwijsinstelling worden geadministreerd;
de onderwijsinstellingen met de in lid 1, onder d, bedoelde apparatuur zijn uitgerust, tenzij door de voorzitter ontheffing is verleend.
a. de prijs, welke aan de leerlingen in rekening wordt gebracht, per eenheid volle melk en halfvolle melk alsmede volle melk en halfvolle melk waaraan chocolade is toegevoegd, niet meer bedraagt dan het in de artikelen 5, 6 of 6a bedoelde bedrag;
b. de prijs, welke aan de leerlingen in rekening wordt gebracht, per eenheid ander zuivelproduct dan genoemd onder a, niet meer bedraagt dan het overeenkomstig in artikel 7 aanvaarde bedrag;
c. de aanvrager van steun een zodanige administratie voert dat daarin is vermeld: de aangekochte hoeveelheid door of de afgeleverde hoeveelheid aan de onderwijsinstellingen, onderscheiden naar de soort zuivelproducten, en de prijs welke daarvoor aan de leerlingen in rekening wordt gebracht, het aantal leerlingen in het betrokken schooljaar, vanaf welke datum de onderwijsinstelling uitgerust is met de onder d bedoelde apparatuur.
d. de onderwijsinstelling is uitgerust met apparatuur, welke geschikt is voor het gekoeld bewaren van de betrokken zuivelproducten.
e. door het productschap is vastgesteld dat de bepalingen van Verordening (EG) nr. 2707/2000 in acht zijn genomen en dat aan alle overige door het productschap gestelde voorwaarden voor de verlening van de steun is voldaan.
2. Indien aan de leverancier steun wordt verleend draagt hij er zorg voor dat:
de in lid 1, onder c, bedoelde gegevens per onderwijsinstelling worden geadministreerd;
de onderwijsinstellingen met de in lid 1, onder d, bedoelde apparatuur zijn uitgerust, tenzij door de voorzitter ontheffing is verleend.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0009903
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl