BWBR0009950
Geldig vanaf 2025-06-28
Artikel 20.7*
Telecommunicatiewet
Op grond van artikel 6.3a, eerste lid, kan slechts een verplichting worden opgelegd aan een aanbieder die beschikt over een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte die:
a. is verleend ingevolge een uitgifte waarvoor het besluit, bedoeld in artikel 3.10, derde lid, is vastgesteld na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;
b. is verlengd ingevolge een besluit als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het Frequentiebesluit 2013, dat is vastgesteld na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;
c. is verleend op grond van artikel 3.8a na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;
d. is verlengd op grond van artikel 18, zevende lid, van het Frequentiebesluit 2013, na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;
e. is verleend ingevolge een uitgifte waarvoor het besluit, bedoeld in artikel 3.10, derde lid, is vastgesteld op of voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a indien in dat besluit is bepaald dat die vergunningen worden verleend onder de beperking dat na inwerkingtreding van artikel 6.3a een verplichting op grond van dat artikel kan worden opgelegd;
f. is verlengd ingevolge een besluit, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het Frequentiebesluit 2013, dat is vastgesteld op of voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a indien in dat besluit is bepaald dat die vergunningen worden verlengd onder de beperking dat na inwerkingtreding van artikel 6.3a een verplichting op grond van dat artikel kan worden opgelegd.
a. is verleend ingevolge een uitgifte waarvoor het besluit, bedoeld in artikel 3.10, derde lid, is vastgesteld na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;
b. is verlengd ingevolge een besluit als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het Frequentiebesluit 2013, dat is vastgesteld na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;
c. is verleend op grond van artikel 3.8a na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;
d. is verlengd op grond van artikel 18, zevende lid, van het Frequentiebesluit 2013, na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;
e. is verleend ingevolge een uitgifte waarvoor het besluit, bedoeld in artikel 3.10, derde lid, is vastgesteld op of voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a indien in dat besluit is bepaald dat die vergunningen worden verleend onder de beperking dat na inwerkingtreding van artikel 6.3a een verplichting op grond van dat artikel kan worden opgelegd;
f. is verlengd ingevolge een besluit, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het Frequentiebesluit 2013, dat is vastgesteld op of voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a indien in dat besluit is bepaald dat die vergunningen worden verlengd onder de beperking dat na inwerkingtreding van artikel 6.3a een verplichting op grond van dat artikel kan worden opgelegd.