BWBR0009997
Geldig vanaf 2009-12-14
Artikel 11
Frequentiebesluit
1. Bij ministeriële regeling kunnen eisen worden gesteld waaraan de aanvrager moet voldoen om in aanmerking te komen voor een vergunning. Deze eisen kunnen slechts inhouden dat:
a. de aanvrager een bepaalde leeftijd heeft bereikt;
b. de aanvrager met goed gevolg een voor het gebruik van de gevraagde frequentieruimte, in samenhang met het doel waarvoor die frequentieruimte wordt gebruikt, vereist examen heeft afgelegd;
c. de aanvrager in het bezit is van een certificaat van bediening;
d. de aanvrager een redelijk belang heeft bij het voorgenoemen gebruik van de gevraagde frequentieruimte.
2. Ten aanzien van het verkrijgen van een certificaat van bediening en het examen genoemd in het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld die betrekking hebben op:
a. het afleggen en het afnemen van het examen;
b. de eisen van het examen;
c. de ontheffing van het examen;
d. de wijze waarop de vergoeding voor een examen dan wel een ontheffing moet worden voldaan;
e. het verkrijgen van een certificaat van bediening.
3. Voor zover de aard, de omvang of het maatschappelijk belang van de vergunning daartoe naar het oordeel van Onze Minister aanleiding geeft, kunnen naast de eisen genoemd in het eerste lid bij ministeriële regeling tevens de eisen worden gesteld bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, en kunnen voorts regels worden gesteld in het belang van een evenwichtige verdeling dan wel een doelmatig gebruik van frequentieruimte.
a. de aanvrager een bepaalde leeftijd heeft bereikt;
b. de aanvrager met goed gevolg een voor het gebruik van de gevraagde frequentieruimte, in samenhang met het doel waarvoor die frequentieruimte wordt gebruikt, vereist examen heeft afgelegd;
c. de aanvrager in het bezit is van een certificaat van bediening;
d. de aanvrager een redelijk belang heeft bij het voorgenoemen gebruik van de gevraagde frequentieruimte.
2. Ten aanzien van het verkrijgen van een certificaat van bediening en het examen genoemd in het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld die betrekking hebben op:
a. het afleggen en het afnemen van het examen;
b. de eisen van het examen;
c. de ontheffing van het examen;
d. de wijze waarop de vergoeding voor een examen dan wel een ontheffing moet worden voldaan;
e. het verkrijgen van een certificaat van bediening.
3. Voor zover de aard, de omvang of het maatschappelijk belang van de vergunning daartoe naar het oordeel van Onze Minister aanleiding geeft, kunnen naast de eisen genoemd in het eerste lid bij ministeriële regeling tevens de eisen worden gesteld bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, en kunnen voorts regels worden gesteld in het belang van een evenwichtige verdeling dan wel een doelmatig gebruik van frequentieruimte.