Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. Onze Ministers: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gezamenlijk;
c. Schiphol: het luchtvaartterrein Schiphol;
d. Planologische Kernbeslissing: deel 4 van de Planologische Kernbeslissing Schiphol en omgeving (kamerstukken II 1994/95, 23 552, nr. 52);
e. Aanwijzing Schiphol: besluit van Onze Minister van 23 oktober 1996, houdende aanwijzing ex artikel 27 jo. artikel 24 Luchtvaartwet van het luchtvaartterrein Schiphol, alsmede besluit van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 23 oktober 1996, houdende aanwijzingen ex artikel 26 Luchtvaartwet jo. artikel 37 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening inzake de geluidszones rond het luchtvaartterrein Schiphol (Stcrt 211);
f. vijfde baan: baan 18/36 als aangegeven in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van de Aanwijzing Schiphol;
g. planologische medewerking verlenen: het nemen van een of meer besluiten krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening met uitzondering van besluiten op aanvragen om aanlegvergunning – door een gemeentebestuur, het bestuur van een regionaal openbaar lichaam of van de provincie waarin de betrokken gemeente is gelegen, waardoor de aanleg van de vijfde baan ten behoeve van Schiphol of het gebruik van die baan kan plaatsvinden, alsmede de met die aanleg of dat gebruik verband houdende voorzieningen kunnen worden uitgevoerd, zonder strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. Onze Ministers: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gezamenlijk;
c. Schiphol: het luchtvaartterrein Schiphol;
d. Planologische Kernbeslissing: deel 4 van de Planologische Kernbeslissing Schiphol en omgeving (kamerstukken II 1994/95, 23 552, nr. 52);
e. Aanwijzing Schiphol: besluit van Onze Minister van 23 oktober 1996, houdende aanwijzing ex artikel 27 jo. artikel 24 Luchtvaartwet van het luchtvaartterrein Schiphol, alsmede besluit van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 23 oktober 1996, houdende aanwijzingen ex artikel 26 Luchtvaartwet jo. artikel 37 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening inzake de geluidszones rond het luchtvaartterrein Schiphol (Stcrt 211);
f. vijfde baan: baan 18/36 als aangegeven in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van de Aanwijzing Schiphol;
g. planologische medewerking verlenen: het nemen van een of meer besluiten krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening met uitzondering van besluiten op aanvragen om aanlegvergunning – door een gemeentebestuur, het bestuur van een regionaal openbaar lichaam of van de provincie waarin de betrokken gemeente is gelegen, waardoor de aanleg van de vijfde baan ten behoeve van Schiphol of het gebruik van die baan kan plaatsvinden, alsmede de met die aanleg of dat gebruik verband houdende voorzieningen kunnen worden uitgevoerd, zonder strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening.