BWBR0010169
Geldig vanaf 1999-01-27
Artikel 2
Wet procedures vijfde baan Schiphol
1. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet enig bestemmingsplan, dat door het gemeentebestuur van Haarlemmermeer ten behoeve van de aanleg van de vijfde baan en de rechtstreeks daarmee verband houdende voorzieningen in procedure is gebracht, niet onherroepelijk is geworden, geldt, in afwijking van de artikelen 25, eerste lid, 26en 28, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, eerste volzin, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, voor de totstandkoming van het desbetreffende bestemmingsplan het volgende:
a. dat bestemmingsplan wordt binnen zes weken na inwerkingtreding van deze wet vastgesteld;
b. het raadsbesluit tot vaststelling van dat bestemmingsplan wordt terstond ter inzage gelegd;
c. gedeputeerde staten beslissen omtrent de goedkeuring van het besluit tot vaststelling van dat bestemmingsplan binnen twaalf weken te rekenen van de dagtekening van het besluit, met dien verstande, dat, indien het besluit tot vaststelling van dat bestemmingsplan is vastgesteld vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, deze termijn twaalf weken bedraagt, verminderd met de tijd, dat de beslissing omtrent de goedkeuring reeds in behandeling bij gedeputeerde staten is, echter met een minimum van vier weken;
d. gedeputeerde staten maken hun besluit omtrent de goedkeuring van dat bestemmingsplan terstond bekend;
e. het goedgekeurde bestemmingsplan wordt terstond na de goedkeuring ter inzage gelegd.
2. Indien burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer op basis van een verzoek van een belanghebbende om vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordeningten behoeve van de aanleg van de vijfde baan en de rechtstreeks daarmee verband houdende voorzieningen, voornemens zijn die vrijstelling te verlenen, geschiedt de verlening in afwijking van artikel 19a van de Wet op de Ruimtelijke Ordeningovereenkomstig de artikelen 4 tot en met 9en 10van deze wet.
a. dat bestemmingsplan wordt binnen zes weken na inwerkingtreding van deze wet vastgesteld;
b. het raadsbesluit tot vaststelling van dat bestemmingsplan wordt terstond ter inzage gelegd;
c. gedeputeerde staten beslissen omtrent de goedkeuring van het besluit tot vaststelling van dat bestemmingsplan binnen twaalf weken te rekenen van de dagtekening van het besluit, met dien verstande, dat, indien het besluit tot vaststelling van dat bestemmingsplan is vastgesteld vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, deze termijn twaalf weken bedraagt, verminderd met de tijd, dat de beslissing omtrent de goedkeuring reeds in behandeling bij gedeputeerde staten is, echter met een minimum van vier weken;
d. gedeputeerde staten maken hun besluit omtrent de goedkeuring van dat bestemmingsplan terstond bekend;
e. het goedgekeurde bestemmingsplan wordt terstond na de goedkeuring ter inzage gelegd.
2. Indien burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer op basis van een verzoek van een belanghebbende om vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordeningten behoeve van de aanleg van de vijfde baan en de rechtstreeks daarmee verband houdende voorzieningen, voornemens zijn die vrijstelling te verlenen, geschiedt de verlening in afwijking van artikel 19a van de Wet op de Ruimtelijke Ordeningovereenkomstig de artikelen 4 tot en met 9en 10van deze wet.