BWBR0010424
Geldig vanaf 2000-09-08
Artikel 2a
Remigratiewet
1. De verklaring, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt voor de vertrekdatum schriftelijk ingediend bij de Sociale verzekeringsbank.
2. De remigrant, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, dient zo spoedig mogelijk bij de autoriteiten van het bestemmingsland een verzoek in ter verkrijging van de nationaliteit van dat land en zendt de schriftelijke bewijsstukken van dat verzoek onverwijld aan de Sociale verzekeringsbank.
3. De remigrant, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, informeert de Sociale verzekeringsbank eenmaal per jaar over de voortgang van de behandeling van zijn verzoek ter verkrijging van de nationaliteit van het bestemmingsland, tenzij de Sociale verzekeringsbank anders bepaalt.
4. De remigrant, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, die de nationaliteit van het bestemmingsland heeft verkregen, zendt bewijsstukken daarvan onverwijld aan de Sociale verzekeringsbank.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent het bepaalde in het eerste en derde lid.
2. De remigrant, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, dient zo spoedig mogelijk bij de autoriteiten van het bestemmingsland een verzoek in ter verkrijging van de nationaliteit van dat land en zendt de schriftelijke bewijsstukken van dat verzoek onverwijld aan de Sociale verzekeringsbank.
3. De remigrant, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, informeert de Sociale verzekeringsbank eenmaal per jaar over de voortgang van de behandeling van zijn verzoek ter verkrijging van de nationaliteit van het bestemmingsland, tenzij de Sociale verzekeringsbank anders bepaalt.
4. De remigrant, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, die de nationaliteit van het bestemmingsland heeft verkregen, zendt bewijsstukken daarvan onverwijld aan de Sociale verzekeringsbank.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent het bepaalde in het eerste en derde lid.