1. Degene die een inrichting drijft, doet zo spoedig mogelijk na een zwaar ongeval aan de door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, melding van de volgende gegevens:
a. datum, tijd, plaats en de omstandigheden van het ongeval;
b. de daarbij betrokken gevaarlijke stoffen, alsmede de hoeveelheid daarvan;
c. de gevolgen van het ongeval voor de werknemers, die zich op korte dan wel langere termijn kunnen voordoen;
d. het aantal werknemers dat als gevolg van blootstelling aan een gevaarlijke stof is overleden, dan wel zodanig gewond is dat dit heeft geleid tot een opname in het ziekenhuis voor ten minste 24 uur;
e. de ter bescherming van de werknemers voorgenomen en getroffen maatregelen en noodmaatregelen;
f. de ter bescherming van de werknemers voorgenomen en getroffen maatregelen om herhaling van het ongeval te voorkomen;
g. het bedrag van de materiële schade binnen de inrichting.
2. Indien uit nader onderzoek gegevens naar voren komen die afwijken van de ingevolge het eerste lid verstrekte gegevens, en die wijziging kunnen brengen in de getrokken conclusies, worden die gegevens aanvullend langs elektronische weg verstrekt.
3. De door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder ziet erop toe dat de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onder e en f, daadwerkelijk worden getroffen.
4. Voorzover degene die de inrichting drijft de in dit artikel bedoelde gegevens reeds heeft verstrekt ter voldoening aan zijn verplichtingen ingevolge de
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de
Wet milieubeheerof de
Wet rampen en zware ongevallen, is daarmee voldaan aan de ingevolge dit artikel op hem rustende verplichting. In dat geval zendt het bestuursorgaan dat de betreffende gegevens heeft ontvangen, een afschrift daarvan aan de door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder.