BWBR0010579
Geldig vanaf 2008-10-01
Artikel 11
Regeling risico’s zware ongevallen 1999
1. Een verzoek als bedoeld in artikel 9bevat de volgende gegevens:
a. de naam of de handelsnaam van degene die de inrichting drijft en zijn adres;
b. het adres van de inrichting;
c. de naam en de functie van de met de feitelijke leiding van de inrichting belaste persoon, indien deze een ander is dan degene die de inrichting drijft;
d. een algemene beschrijving van de activiteiten die in de inrichting worden uitgeoefend en specifieke gegevens over het onderdeel of de installatie van de inrichting waarvoor het verzoek wordt gedaan;
e. een gedetailleerde beschrijving van de onmiddellijke omgeving van de inrichting, voor zover die nodig is voor het nemen van de beslissing op het verzoek;
f. een beschrijving van de gevaarlijke stof of de gevaarlijke stoffen waarvoor het verzoek wordt gedaan: 1º de aanduiding van de betrokken stof of stoffen: chemische naam, CAS-nummer, naam overeenkomstig de IUPAC-nomenclatuur en indeling;
2º de maximale hoeveelheid waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunning is verleend dan wel, indien de vergunning hierin niet voorziet, de hoeveelheid behorend bij de vergunde maximale capaciteit van de inrichting;
3º de fysische, chemische, toxicologische en ecotoxicologische eigenschappen;
4º het fysisch en chemisch gedrag onder normale gebruiksomstandigheden en bij een voorzienbaar ongeval;
1º de aanduiding van de betrokken stof of stoffen: chemische naam, CAS-nummer, naam overeenkomstig de IUPAC-nomenclatuur en indeling;
2º de maximale hoeveelheid waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunning is verleend dan wel, indien de vergunning hierin niet voorziet, de hoeveelheid behorend bij de vergunde maximale capaciteit van de inrichting;
3º de fysische, chemische, toxicologische en ecotoxicologische eigenschappen;
4º het fysisch en chemisch gedrag onder normale gebruiksomstandigheden en bij een voorzienbaar ongeval;
g. gegevens waarmee de aanvrager aantoont dat aan ten minste een van de voorwaarden bedoeld in artikel 9, eerste lid, is voldaan;
h. een aanduiding van de gegevens die niet in het veiligheidsrapport zullen worden opgenomen.
2. De gegevens bedoeld in het eerste lid behoeven niet te worden verstrekt voor zover deze zijn opgenomen in een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 10, tweede lid, of in een kennisgeving als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het besluit.
a. de naam of de handelsnaam van degene die de inrichting drijft en zijn adres;
b. het adres van de inrichting;
c. de naam en de functie van de met de feitelijke leiding van de inrichting belaste persoon, indien deze een ander is dan degene die de inrichting drijft;
d. een algemene beschrijving van de activiteiten die in de inrichting worden uitgeoefend en specifieke gegevens over het onderdeel of de installatie van de inrichting waarvoor het verzoek wordt gedaan;
e. een gedetailleerde beschrijving van de onmiddellijke omgeving van de inrichting, voor zover die nodig is voor het nemen van de beslissing op het verzoek;
f. een beschrijving van de gevaarlijke stof of de gevaarlijke stoffen waarvoor het verzoek wordt gedaan: 1º de aanduiding van de betrokken stof of stoffen: chemische naam, CAS-nummer, naam overeenkomstig de IUPAC-nomenclatuur en indeling;
2º de maximale hoeveelheid waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunning is verleend dan wel, indien de vergunning hierin niet voorziet, de hoeveelheid behorend bij de vergunde maximale capaciteit van de inrichting;
3º de fysische, chemische, toxicologische en ecotoxicologische eigenschappen;
4º het fysisch en chemisch gedrag onder normale gebruiksomstandigheden en bij een voorzienbaar ongeval;
1º de aanduiding van de betrokken stof of stoffen: chemische naam, CAS-nummer, naam overeenkomstig de IUPAC-nomenclatuur en indeling;
2º de maximale hoeveelheid waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunning is verleend dan wel, indien de vergunning hierin niet voorziet, de hoeveelheid behorend bij de vergunde maximale capaciteit van de inrichting;
3º de fysische, chemische, toxicologische en ecotoxicologische eigenschappen;
4º het fysisch en chemisch gedrag onder normale gebruiksomstandigheden en bij een voorzienbaar ongeval;
g. gegevens waarmee de aanvrager aantoont dat aan ten minste een van de voorwaarden bedoeld in artikel 9, eerste lid, is voldaan;
h. een aanduiding van de gegevens die niet in het veiligheidsrapport zullen worden opgenomen.
2. De gegevens bedoeld in het eerste lid behoeven niet te worden verstrekt voor zover deze zijn opgenomen in een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 10, tweede lid, of in een kennisgeving als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het besluit.