BWBR0010647
Geldig vanaf 01-12-1999
Artikel 5
Subsidieplafonds en beleidsvoornemens voor subsidiëring Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking
1. Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken is het subsidieplafond geldend voor het jaar 1999 als volgt:
a. voor het Landenprogramma met betrekking tot kinderen en ontwikkeling is het subsidieplafond opgeheven;
b. voor bestrijding van kinderarbeid is het subsidieplafond opgeheven;
c. voor het Landenprogramma met betrekking tot maatschappelijke ontwikkeling is het subsidieplafond opgeheven;
d. voor Institutionele ontwikkeling: f 0.
2. Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.4.1, onderdeel c, van de regeling geldt ten aanzien van subsidiëring van activiteiten gericht op bestrijding van kinderarbeid het in bijlage 1 bij dit besluit opgenomen beleidsvoornemen.
a. voor het Landenprogramma met betrekking tot kinderen en ontwikkeling is het subsidieplafond opgeheven;
b. voor bestrijding van kinderarbeid is het subsidieplafond opgeheven;
c. voor het Landenprogramma met betrekking tot maatschappelijke ontwikkeling is het subsidieplafond opgeheven;
d. voor Institutionele ontwikkeling: f 0.
2. Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.4.1, onderdeel c, van de regeling geldt ten aanzien van subsidiëring van activiteiten gericht op bestrijding van kinderarbeid het in bijlage 1 bij dit besluit opgenomen beleidsvoornemen.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010647
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl