BWBR0010844
Geldig vanaf 23-06-2001
Artikel 9
Verordening HPA gedroogde voedergewassen 1999
1. Degene die een aanvraag indient als bedoeld in artikel 6, is verplicht overeenkomstig het bepaalde in de EG-verordeningen:
a. in het verwerkingsbedrijf of de erkende opslagplaats van iedere partij het vochtgehalte alsmede via systematische weging het gewicht van de te drogen partij vast te stellen;
b. van iedere partij gedroogde voedergewassen op het tijdstip waarop de producten het verwerkingsbedrijf of de erkende opslagplaats verlaten, het gewicht te bepalen; wanneer de gedroogde voedergewassen in het verwerkingsbedrijf of de erkende opslagplaats worden samengevoegd tot een mengsel, moet het gewicht worden bepaald vóór samenvoeging;
c. van de te gebruiken toevoegingsmiddelen voor het toevoegen een monster te nemen en dit te (laten) analyseren;
d. van iedere partij gedroogde voedergewassen op het tijdstip waarop de producten het verwerkingsbedrijf of de erkende opslagplaats verlaten, monsters te nemen;
e. de (samengestelde) eindmonsters te laten analyseren door één van de door of namens het hoofdproductschap aangewezen laboratoria;
f. het unieke nummer van de (samengestelde) eindmonsters te vermelden op de afleveringsspecificatie, bedoeld in artikel 6 sub c;
g. één exemplaar van de (samengestelde) eindmonsters op het verwerkingsbedrijf gedurende een bepaalde tijd te bewaren;
h. van iedere analyse één exemplaar van het daarop betrekking hebbende rapport in zijn administratie te bewaren,
een en ander conform het gestelde in de bijlage.
2. De monsterneming geschiedt door een door het hoofdproductschap als monsternemer gemachtigde medewerker van het verwerkingsbedrijf. De machtiging als monsternemer moet bij het hoofdproductschap worden aangevraagd door middel van een bij het hoofdproductschap te verkrijgen formulier. De machtiging wordt door het hoofdproductschap verleend op basis van de bevindingen van de A.I.D. ter zake.
3. Het verwerkingsbedrijf dient jaarlijks aan het begin van het verkoopseizoen een lijst met gemachtigde monsternemers aan het hoofdproductschap te verstrekken.
a. in het verwerkingsbedrijf of de erkende opslagplaats van iedere partij het vochtgehalte alsmede via systematische weging het gewicht van de te drogen partij vast te stellen;
b. van iedere partij gedroogde voedergewassen op het tijdstip waarop de producten het verwerkingsbedrijf of de erkende opslagplaats verlaten, het gewicht te bepalen; wanneer de gedroogde voedergewassen in het verwerkingsbedrijf of de erkende opslagplaats worden samengevoegd tot een mengsel, moet het gewicht worden bepaald vóór samenvoeging;
c. van de te gebruiken toevoegingsmiddelen voor het toevoegen een monster te nemen en dit te (laten) analyseren;
d. van iedere partij gedroogde voedergewassen op het tijdstip waarop de producten het verwerkingsbedrijf of de erkende opslagplaats verlaten, monsters te nemen;
e. de (samengestelde) eindmonsters te laten analyseren door één van de door of namens het hoofdproductschap aangewezen laboratoria;
f. het unieke nummer van de (samengestelde) eindmonsters te vermelden op de afleveringsspecificatie, bedoeld in artikel 6 sub c;
g. één exemplaar van de (samengestelde) eindmonsters op het verwerkingsbedrijf gedurende een bepaalde tijd te bewaren;
h. van iedere analyse één exemplaar van het daarop betrekking hebbende rapport in zijn administratie te bewaren,
een en ander conform het gestelde in de bijlage.
2. De monsterneming geschiedt door een door het hoofdproductschap als monsternemer gemachtigde medewerker van het verwerkingsbedrijf. De machtiging als monsternemer moet bij het hoofdproductschap worden aangevraagd door middel van een bij het hoofdproductschap te verkrijgen formulier. De machtiging wordt door het hoofdproductschap verleend op basis van de bevindingen van de A.I.D. ter zake.
3. Het verwerkingsbedrijf dient jaarlijks aan het begin van het verkoopseizoen een lijst met gemachtigde monsternemers aan het hoofdproductschap te verstrekken.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010844
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl