BWBR0010849
Geldig vanaf 18-06-2006
Artikel 2
Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij 1999
1. Ondernemers zijn, onverminderd enig ander wettelijk voorschrift, verplicht:
a. binnen de bedrijfsgebouwen geen huisdieren, landbouwhuisdieren en ander pluimvee, sier- en nutsgevogelte toe te laten;
b. indien ander pluimvee, sier- of nutsgevogelte wordt gehouden op het perceel waarop het pluimveebedrijf of de kuikenbroederij wordt uitgeoefend, deze dieren achter een afscheiding of in een volière te houden, waardoor deze dieren niet bij de pluimveestallen of de kuikenbroederij kunnen komen en de verzorging van deze dieren strikt gescheiden te houden van het pluimvee;
c. de bedrijfsgebouwen zodanig in te richten dat vogels het bedrijfsgebouw niet kunnen binnenkomen, in het geval van legpluimveebedrijven met vrije uitloop zijn openingen die noodzakelijk zijn voor de vrije uitloop toegestaan;
d. alleen bezoekers toegang tot de bedrijfsgebouwen te verschaffen, als dit voor de bedrijfsvoering strikt noodzakelijk is en indien zij handelen overeenkomstig de voorwaarden van de persoonlijke en bedrijfshygiëne;
e. er op toe te zien dat alle op het bedrijf aanwezige personen de persoonlijke en bedrijfshygiëne volledig in acht nemen;
f. er op toe te zien dat alle personen die het bedrijf willen betreden, vóór het betreden van het schone deel van het bedrijfsgebouw schone voor de pluimveevleessector staleigen bedrijfskleding aantrekken;
g. er voor zorg te dragen dat per bedrijf in minstens één van de bedrijfsgebouwen een handenwasgelegenheid aanwezig is, waarin zich ten minste een wasbak met afvoer, water, zeep en een handdoek bevindt;
h. er voor zorg te dragen dat de faciliteiten voor persoonlijke hygiëne in een goed functionerende staat zijn;
i. er op toe te zien dat, voordat de stal en/of broederij wordt betreden, de handen worden gewassen;
j. een ongediertebestrijdingsplan op te stellen en volgens het plan te werken, tenzij gewerkt wordt met een professionele ongediertebestrijdingsinstantie die minimaal elke twee maanden op het bedrijf langskomt om eventueel aanwezig ongedierte te bestrijden;
k. alle acties met betrekking tot wering, signalering en bestrijding van ongedierte vast te leggen in, indien van toepassing, het ongediertebestrijdingsplan en te intensiveren bij een toename van dit ongedierte;
l. drinkwater van een eigen bron in combinatie met een gesloten drinkwatersysteem, drinkwater van een eigen bron en drinkwater van het openbare waterleidingnet in combinatie met een open drinkwatersysteem jaarlijks door een erkende instantie, welke door de voorzitter is aangewezen en werkt volgens een door het bestuur vastgesteld protocol, te laten onderzoeken en de onderzoeksresultaten twee jaar te bewaren. Het bestuur kan bij besluit nadere regels stellen ten aanzien van het vorenbedoeld onderzoek. Wanneer de uitslag van het drinkwateronderzoek niet voldoet aan een door het bestuur vastgestelde norm dan dient de ondernemer de door het bestuur vastgestelde maatregelen te nemen;
m. indien gebruik wordt gemaakt van drinkwater van het openbare waterleidingnet in combinatie met een gesloten drinkwatersysteem, aan te tonen dat het drinkwatersysteem tijdens elke leegstandperiode wordt gereinigd en ontsmet;
n. indien gebruik wordt gemaakt van drinkwater van het openbare waterleidingnet in combinatie met een gesloten drinkwatersysteem en een drinkwateronderzoek is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in onderdeel l., vervalt de verplichting tot reiniging en ontsmetting als bedoeld in onderdeel m., mits de uitslag van het drinkwateronderzoek voldoet aan de door het bestuur vastgestelde norm;
o. wanneer zij een kuikenbroederij uitoefenen, de kuikenbroederij zo in te richten dat geen kruisbesmetting van de in de Bijlageonderdeel a. bedoelde schadelijke micro-organismen kan ontstaan;
p. in de pluimveevleessector dienen de oppervlakken in de stallen glad en dicht te zijn. Bij visuele controle dienen naden en kieren schoon te zijn.
2. Ondernemers zijn, onverminderd enig ander wettelijk voorschrift, voorts verplicht:
a. het perceel waarop het pluimveebedrijf wordt uitgeoefend zodanig in te richten dat de perceelgrenzen herkenbaar zijn en dat voor bezoekers duidelijk is waar zij zich moeten melden;
b. de bedrijfsgebouwen en de inventaris schoon te houden en het perceel waarop het pluimveebedrijf of de kuikenbroederij wordt uitgeoefend en met name de directe omgeving van de stallen of de kuikenbroederij schoon te maken en op te ruimen, zodat geen ongedierte aangetrokken wordt;
c. de bedrijfsgebouwen zodanig in te richten, dat ongehinderde toegang door derden tot de stallen of de kuikenbroederij niet mogelijk is;
d. in iedere stal of de kuikenbroederij een voorruimte aanwezig te hebben die volledig afgescheiden is van de ruimte waarin het pluimvee gehouden wordt;
e. bij iedere stal en/of broederij een fysieke scheiding aan te brengen in een bufferdeel en een schoon deel en op de scheiding van het bufferdeel en het schone deel van schoeisel te wisselen;
f. er voor zorg te dragen dat in het schone deel van de stal of de kuikenbroederij voldoende schoeisel aanwezig is;
g. er voor zorg te dragen dat de looproutes van en naar de bedrijfsgebouwen verhard zijn, zodanig dat deze deugdelijk gereinigd kunnen worden;
h. er voor zorg te dragen dat er een deugdelijke afwatering ten opzichte van de stallen op het perceel aanwezig is;
i. voedersilo's op een verharde ondergrond te plaatsen, schoon te houden, van buiten de stallen te vullen en, indien meerdere voedersilo’s op het bedrijf aanwezig zijn, te voorzien van een bedrijfs- uniek nummer;
j. gebruik te maken van een bedrijfseigen stofopvangmiddel bij het lossen van het voer;
k. voeders, aanwezig bodem- en neststrooisel en verpakkingsmateriaal zodanig op te slaan dat deze schoon, droog en schimmelvrij blijven;
l. voeder dat na de ontruiming van een stal nog aanwezig is in het voedersysteem buiten de silo af te voeren, zodanig dat het niet meer in contact kan komen met het pluimvee;
m. in de pluimveevleessector dient mest, afkomstig van met Salmonella paratyphi B var. Java besmette koppels, van het bedrijfsperceel afgevoerd te worden. Deze mest mag niet in de directe omgeving van pluimveebedrijven worden uitgereden.
3. Het bepaalde in het tweede lid, onderdeel e., is niet van toepassing op een ondernemer die een opfokleghennenbedrijf en/of een leghennenbedrijf uitoefent waarbij de opfokleghennen en/of de leghennen worden gehouden in legbatterijen, mits de betreffende ondernemer voldoet aan de door het bestuur vast te stellen eisen.
4. Ondernemers die een pluimveebedrijf uitoefenen zijn verplicht zich jaarlijks ten minste één maal op eigen kosten te laten controleren op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening door een door de voorzitter erkende controle-instantie.
5. Ondernemers die een kuikenbroederij uitoefenen zijn verplicht zich iedere drie maanden op eigen kosten te laten controleren op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening door een door de voorzitter erkende controle-instantie.
6. Het bestuur stelt bij besluit de erkenningsvoorwaarden vast waaraan een controle-instantie, zoals bedoeld in de voorgaande twee leden, ten minste dient te voldoen. Deze voorwaarden strekken tot waarborging van de onafhankelijkheid en de expertise van de controle-instanties.
7. Het besluit zoals bedoeld in het voorgaande lid wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
a. binnen de bedrijfsgebouwen geen huisdieren, landbouwhuisdieren en ander pluimvee, sier- en nutsgevogelte toe te laten;
b. indien ander pluimvee, sier- of nutsgevogelte wordt gehouden op het perceel waarop het pluimveebedrijf of de kuikenbroederij wordt uitgeoefend, deze dieren achter een afscheiding of in een volière te houden, waardoor deze dieren niet bij de pluimveestallen of de kuikenbroederij kunnen komen en de verzorging van deze dieren strikt gescheiden te houden van het pluimvee;
c. de bedrijfsgebouwen zodanig in te richten dat vogels het bedrijfsgebouw niet kunnen binnenkomen, in het geval van legpluimveebedrijven met vrije uitloop zijn openingen die noodzakelijk zijn voor de vrije uitloop toegestaan;
d. alleen bezoekers toegang tot de bedrijfsgebouwen te verschaffen, als dit voor de bedrijfsvoering strikt noodzakelijk is en indien zij handelen overeenkomstig de voorwaarden van de persoonlijke en bedrijfshygiëne;
e. er op toe te zien dat alle op het bedrijf aanwezige personen de persoonlijke en bedrijfshygiëne volledig in acht nemen;
f. er op toe te zien dat alle personen die het bedrijf willen betreden, vóór het betreden van het schone deel van het bedrijfsgebouw schone voor de pluimveevleessector staleigen bedrijfskleding aantrekken;
g. er voor zorg te dragen dat per bedrijf in minstens één van de bedrijfsgebouwen een handenwasgelegenheid aanwezig is, waarin zich ten minste een wasbak met afvoer, water, zeep en een handdoek bevindt;
h. er voor zorg te dragen dat de faciliteiten voor persoonlijke hygiëne in een goed functionerende staat zijn;
i. er op toe te zien dat, voordat de stal en/of broederij wordt betreden, de handen worden gewassen;
j. een ongediertebestrijdingsplan op te stellen en volgens het plan te werken, tenzij gewerkt wordt met een professionele ongediertebestrijdingsinstantie die minimaal elke twee maanden op het bedrijf langskomt om eventueel aanwezig ongedierte te bestrijden;
k. alle acties met betrekking tot wering, signalering en bestrijding van ongedierte vast te leggen in, indien van toepassing, het ongediertebestrijdingsplan en te intensiveren bij een toename van dit ongedierte;
l. drinkwater van een eigen bron in combinatie met een gesloten drinkwatersysteem, drinkwater van een eigen bron en drinkwater van het openbare waterleidingnet in combinatie met een open drinkwatersysteem jaarlijks door een erkende instantie, welke door de voorzitter is aangewezen en werkt volgens een door het bestuur vastgesteld protocol, te laten onderzoeken en de onderzoeksresultaten twee jaar te bewaren. Het bestuur kan bij besluit nadere regels stellen ten aanzien van het vorenbedoeld onderzoek. Wanneer de uitslag van het drinkwateronderzoek niet voldoet aan een door het bestuur vastgestelde norm dan dient de ondernemer de door het bestuur vastgestelde maatregelen te nemen;
m. indien gebruik wordt gemaakt van drinkwater van het openbare waterleidingnet in combinatie met een gesloten drinkwatersysteem, aan te tonen dat het drinkwatersysteem tijdens elke leegstandperiode wordt gereinigd en ontsmet;
n. indien gebruik wordt gemaakt van drinkwater van het openbare waterleidingnet in combinatie met een gesloten drinkwatersysteem en een drinkwateronderzoek is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in onderdeel l., vervalt de verplichting tot reiniging en ontsmetting als bedoeld in onderdeel m., mits de uitslag van het drinkwateronderzoek voldoet aan de door het bestuur vastgestelde norm;
o. wanneer zij een kuikenbroederij uitoefenen, de kuikenbroederij zo in te richten dat geen kruisbesmetting van de in de Bijlageonderdeel a. bedoelde schadelijke micro-organismen kan ontstaan;
p. in de pluimveevleessector dienen de oppervlakken in de stallen glad en dicht te zijn. Bij visuele controle dienen naden en kieren schoon te zijn.
2. Ondernemers zijn, onverminderd enig ander wettelijk voorschrift, voorts verplicht:
a. het perceel waarop het pluimveebedrijf wordt uitgeoefend zodanig in te richten dat de perceelgrenzen herkenbaar zijn en dat voor bezoekers duidelijk is waar zij zich moeten melden;
b. de bedrijfsgebouwen en de inventaris schoon te houden en het perceel waarop het pluimveebedrijf of de kuikenbroederij wordt uitgeoefend en met name de directe omgeving van de stallen of de kuikenbroederij schoon te maken en op te ruimen, zodat geen ongedierte aangetrokken wordt;
c. de bedrijfsgebouwen zodanig in te richten, dat ongehinderde toegang door derden tot de stallen of de kuikenbroederij niet mogelijk is;
d. in iedere stal of de kuikenbroederij een voorruimte aanwezig te hebben die volledig afgescheiden is van de ruimte waarin het pluimvee gehouden wordt;
e. bij iedere stal en/of broederij een fysieke scheiding aan te brengen in een bufferdeel en een schoon deel en op de scheiding van het bufferdeel en het schone deel van schoeisel te wisselen;
f. er voor zorg te dragen dat in het schone deel van de stal of de kuikenbroederij voldoende schoeisel aanwezig is;
g. er voor zorg te dragen dat de looproutes van en naar de bedrijfsgebouwen verhard zijn, zodanig dat deze deugdelijk gereinigd kunnen worden;
h. er voor zorg te dragen dat er een deugdelijke afwatering ten opzichte van de stallen op het perceel aanwezig is;
i. voedersilo's op een verharde ondergrond te plaatsen, schoon te houden, van buiten de stallen te vullen en, indien meerdere voedersilo’s op het bedrijf aanwezig zijn, te voorzien van een bedrijfs- uniek nummer;
j. gebruik te maken van een bedrijfseigen stofopvangmiddel bij het lossen van het voer;
k. voeders, aanwezig bodem- en neststrooisel en verpakkingsmateriaal zodanig op te slaan dat deze schoon, droog en schimmelvrij blijven;
l. voeder dat na de ontruiming van een stal nog aanwezig is in het voedersysteem buiten de silo af te voeren, zodanig dat het niet meer in contact kan komen met het pluimvee;
m. in de pluimveevleessector dient mest, afkomstig van met Salmonella paratyphi B var. Java besmette koppels, van het bedrijfsperceel afgevoerd te worden. Deze mest mag niet in de directe omgeving van pluimveebedrijven worden uitgereden.
3. Het bepaalde in het tweede lid, onderdeel e., is niet van toepassing op een ondernemer die een opfokleghennenbedrijf en/of een leghennenbedrijf uitoefent waarbij de opfokleghennen en/of de leghennen worden gehouden in legbatterijen, mits de betreffende ondernemer voldoet aan de door het bestuur vast te stellen eisen.
4. Ondernemers die een pluimveebedrijf uitoefenen zijn verplicht zich jaarlijks ten minste één maal op eigen kosten te laten controleren op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening door een door de voorzitter erkende controle-instantie.
5. Ondernemers die een kuikenbroederij uitoefenen zijn verplicht zich iedere drie maanden op eigen kosten te laten controleren op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening door een door de voorzitter erkende controle-instantie.
6. Het bestuur stelt bij besluit de erkenningsvoorwaarden vast waaraan een controle-instantie, zoals bedoeld in de voorgaande twee leden, ten minste dient te voldoen. Deze voorwaarden strekken tot waarborging van de onafhankelijkheid en de expertise van de controle-instanties.
7. Het besluit zoals bedoeld in het voorgaande lid wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010849
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl