BWBR0010902
Geldig vanaf 01-01-2000
Artikel 19
Rijksbesluit uitvoeringsbepalingen militair straf- en tuchtrecht
1. Het arrest wordt door de krijgsgevangene ondergaan:
a. «niet in afzondering» in een daartoe bestemde ruimte of bestemd lokaal of, indien niet aanwezig, op een door de kampcommandant aan te wijzen plaats;
b. «in afzondering» in een daartoe bestemde cel of, indien niet aanwezig, op een andere door de kampcommandant aan te wijzen plaats.
2. Op gronden ontleend aan de lichamelijke of geestelijke toestand van de met arrest gestrafte krijgsgevangene, de omstandigheden van het klimaat of het weer dan wel de toestand van de ruimte, het lokaal of de cel waarin het arrest moet worden ondergaan onderscheidenlijk de toestand van de daartoe aangewezen plaats, kan de rechtstreeks boven de kampcommandant gestelde bevelvoerende militair de plaats van arrest wijzigen indien dit in het belang van de gestrafte noodzakelijk is.
3. Het arrest, genoemd in het eerste lid, onder a, mag niet worden ondergaan in gemeenschap met niet met arrest gestrafte krijgsgevangenen, behoudens tijdens het verrichten van werkzaamheden welke de met arrest gestrafte krijgsgevangene zijn opgedragen.
a. «niet in afzondering» in een daartoe bestemde ruimte of bestemd lokaal of, indien niet aanwezig, op een door de kampcommandant aan te wijzen plaats;
b. «in afzondering» in een daartoe bestemde cel of, indien niet aanwezig, op een andere door de kampcommandant aan te wijzen plaats.
2. Op gronden ontleend aan de lichamelijke of geestelijke toestand van de met arrest gestrafte krijgsgevangene, de omstandigheden van het klimaat of het weer dan wel de toestand van de ruimte, het lokaal of de cel waarin het arrest moet worden ondergaan onderscheidenlijk de toestand van de daartoe aangewezen plaats, kan de rechtstreeks boven de kampcommandant gestelde bevelvoerende militair de plaats van arrest wijzigen indien dit in het belang van de gestrafte noodzakelijk is.
3. Het arrest, genoemd in het eerste lid, onder a, mag niet worden ondergaan in gemeenschap met niet met arrest gestrafte krijgsgevangenen, behoudens tijdens het verrichten van werkzaamheden welke de met arrest gestrafte krijgsgevangene zijn opgedragen.
- Citeren als
- Art. 19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010902
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl