1. Voor toepassing van artikel 4 van deze verordening dienen kalveren geslacht te worden in een abattoir waar, op jaarbasis, gemiddeld meer dan 75 slachtingen per week worden verricht, dan wel in een door de voorzitter erkend abattoir.
2. Abattoirs die schriftelijk ten opzichte van het productschap hebben verklaard dat zij zullen voldoen aan de
artikelen 5,
6 ,
8,
9,
10 en
11, derde lid van de Verordening slachting, weging en classificatie van slachtrunderen 2003, dan wel de
artikelen 5,
6,
7,
9 en
10 en
11, derde lid, van laatstgenoemde verordening, en de daarvoor aangewezen toezichthouder zullen toelaten en aan hem medewerking zullen verlenen, worden door de voorzitter erkend.
3. De abattoirs die aan eisen voldoen die tenminste gelijkwaardig zijn aan de in het tweede lid genoemde artikelen kunnen ook door de voorzitter worden erkend.