BWBR0010944
Geldig vanaf 20-11-2005
Artikel 6
Verordening slachtpremie kalveren
1. Voor kalveren die worden uitgevoerd naar een derde land geldt, in afwijking van artikel 4 als aanvraag de documenten waaruit blijkt dat voor die betrokken kalveren de aangifte ten uitvoer is verricht en waarvoor het overige bewijs als genoemd in artikel 121, eerste lid, onder b) van de commissieverordening is geleverd alsmede het door de toezichthoudende instantie geviseerde document betreffende het gewicht van het betrokken kalf.
2. Het in het eerste lid genoemde bewijs moet door het productschap zijn ontvangen binnen 6 maanden na de datum van het verlaten van het grondgebied van de Gemeenschap van het betrokken kalf, maar uiterlijk op de laatste dag van februari van het, op de dag van het verlaten van het grondgebied volgende, kalenderjaar.
2. Het in het eerste lid genoemde bewijs moet door het productschap zijn ontvangen binnen 6 maanden na de datum van het verlaten van het grondgebied van de Gemeenschap van het betrokken kalf, maar uiterlijk op de laatste dag van februari van het, op de dag van het verlaten van het grondgebied volgende, kalenderjaar.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010944
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl