BWBR0010945
Geldig vanaf 26-10-2002
Artikel 2
Verordening Veeziektenfonds PVV 2000
1. Er is een fonds hetwelk ten doel heeft geldmiddelen te verstrekken ter (mede)financiering van maatregelen ter bestrijding van besmettelijke veeziekten en dat bestaat uit de navolgende rekeningen:
a. Een rekening-I-varkens;
b. Een rekening-II-runderen;
c. Een rekening-III-schapen en geiten.
2. De middelen van de rekeningen van het fonds worden verkregen uit:
a. de netto-opbrengsten van heffingen of gedeelten van heffingen waarvan de bestemming ten behoeve van die rekeningen uitdrukkelijk in de verordening(en), krachtens welke zij aan het productschap verschuldigd zijn, is vermeld,
b. de baten als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
c. de voor hetzelfde doel als van deze verordening zich in het vermogen van het Landbouwschap bevindende bedragen.
3. De middelen van de rekeningen van het fonds mogen ten hoogste bedragen voor:
a. De rekening-I-varkens: € 225.000.000,--;
b. De rekening-II-runderen: € 45.000.000,--;
c. De rekening-III-schapen en geiten: € 2.225.000,-.
4. De middelen van het fonds maken deel uit van het vermogen van het productschap, hetwelk het beheer over het fonds voert, en worden door het bestuur tot een door hetzelve te bepalen loop bestemd ter uitvoering van enige doelstelling, welke onder de in lid 1 genoemde omschrijving begrepen kan worden geacht.
5. Het fonds kan door het bestuur worden opgeheven, in welk geval het bestuur als vereffenaar optreedt.
a. Een rekening-I-varkens;
b. Een rekening-II-runderen;
c. Een rekening-III-schapen en geiten.
2. De middelen van de rekeningen van het fonds worden verkregen uit:
a. de netto-opbrengsten van heffingen of gedeelten van heffingen waarvan de bestemming ten behoeve van die rekeningen uitdrukkelijk in de verordening(en), krachtens welke zij aan het productschap verschuldigd zijn, is vermeld,
b. de baten als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
c. de voor hetzelfde doel als van deze verordening zich in het vermogen van het Landbouwschap bevindende bedragen.
3. De middelen van de rekeningen van het fonds mogen ten hoogste bedragen voor:
a. De rekening-I-varkens: € 225.000.000,--;
b. De rekening-II-runderen: € 45.000.000,--;
c. De rekening-III-schapen en geiten: € 2.225.000,-.
4. De middelen van het fonds maken deel uit van het vermogen van het productschap, hetwelk het beheer over het fonds voert, en worden door het bestuur tot een door hetzelve te bepalen loop bestemd ter uitvoering van enige doelstelling, welke onder de in lid 1 genoemde omschrijving begrepen kan worden geacht.
5. Het fonds kan door het bestuur worden opgeheven, in welk geval het bestuur als vereffenaar optreedt.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010945
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl