BWBR0011400
Geldig vanaf 2000-08-01
Artikel 14
Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000
1. Indien de inschrijving wordt beëindigd wegens een in het tweede of derde lid genoemde reden, wordt het cursusgeld voor het desbetreffende cursusjaar op aanvraag van de cursusgeldplichtige geheel of gedeeltelijk terugbetaald met eentwaalfde deel voor iedere in dat cursusjaar resterende hele maand waarin de cursist niet langer zal zijn ingeschreven.
2. Teruggave van cursusgeld is uitsluitend mogelijk indien de inschrijving is beëindigd:
a. voor de eerste dag waarop de lessen in het cursusjaar aanvangen,
b. in verband met de inschrijving bij een dagschool, mits die inschrijving plaatsvindt in het desbetreffende cursusjaar,
c. wegens overlijden of ernstige ziekte van de cursist, ter beoordeling van het bevoegd gezag, of
d. wegens bij ministeriële regeling te bepalen bijzondere familieomstandigheden.
3. In afwijking van het tweede lid kan teruggave van cursusgeld plaatsvinden op grond van door het bevoegd gezag opgestelde bepalingen als bedoeld in artikel 7.4.8, vierde lid, onder h, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
4. Een aanvraag om teruggave van cursusgeld wordt voor het einde van dat cursusjaar gedaan bij het bevoegd gezag.
5. Indien de inschrijving wordt beëindigd wegens het met goed gevolg hebben afgerond van de opleiding, wordt het cursusgeld voor het desbetreffende cursusjaar op aanvraag van de cursusgeldplichtige terugbetaald met een tiende deel voor iedere in het cursusjaar resterende maand waarin de cursist niet langer zal zijn ingeschreven. De laatste twee maanden van het cursusjaar tellen daarbij niet mee.
2. Teruggave van cursusgeld is uitsluitend mogelijk indien de inschrijving is beëindigd:
a. voor de eerste dag waarop de lessen in het cursusjaar aanvangen,
b. in verband met de inschrijving bij een dagschool, mits die inschrijving plaatsvindt in het desbetreffende cursusjaar,
c. wegens overlijden of ernstige ziekte van de cursist, ter beoordeling van het bevoegd gezag, of
d. wegens bij ministeriële regeling te bepalen bijzondere familieomstandigheden.
3. In afwijking van het tweede lid kan teruggave van cursusgeld plaatsvinden op grond van door het bevoegd gezag opgestelde bepalingen als bedoeld in artikel 7.4.8, vierde lid, onder h, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
4. Een aanvraag om teruggave van cursusgeld wordt voor het einde van dat cursusjaar gedaan bij het bevoegd gezag.
5. Indien de inschrijving wordt beëindigd wegens het met goed gevolg hebben afgerond van de opleiding, wordt het cursusgeld voor het desbetreffende cursusjaar op aanvraag van de cursusgeldplichtige terugbetaald met een tiende deel voor iedere in het cursusjaar resterende maand waarin de cursist niet langer zal zijn ingeschreven. De laatste twee maanden van het cursusjaar tellen daarbij niet mee.