BWBR0011427
Geldig vanaf 28-06-2000
Artikel 2
Vaststelling voorwaarden deelname intredetoets keurmeester lichte voertuigen
1. De in artikel 1, eerste lid, onder i genoemde verklaring intredetoets wordt slechts afgegeven indien de aanvrager blijk heeft gegeven van voldoende theoretische en praktische kennis.
2. Degene die een verklaring intredetoets aanvraagt, geeft blijk van de in het eerste lid bedoelde kennis door het overleggen van een diploma dat tenminste gelijkwaardig is aan één van de in artikel 1, eerste lid, onder a tot en met h genoemde diploma’s.
3. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in het tweede lid, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaand aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden, repareren en keuren van de voertuigen waarvoor de intredetoets wordt aangevraagd.
2. Degene die een verklaring intredetoets aanvraagt, geeft blijk van de in het eerste lid bedoelde kennis door het overleggen van een diploma dat tenminste gelijkwaardig is aan één van de in artikel 1, eerste lid, onder a tot en met h genoemde diploma’s.
3. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in het tweede lid, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaand aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden, repareren en keuren van de voertuigen waarvoor de intredetoets wordt aangevraagd.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0011427
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl