BWBR0011538
Geldig vanaf 2021-04-17
Artikel 25
Staatsexamenbesluit VO
1. Het College voor toetsen en examens stelt vast of de kandidaat het examen heeft afgelegd in de voor het staatsexamen voorgeschreven vakken.
2. Het College voor toetsen en examens stelt de uitslag van het staatsexamen vast, met inachtneming van de artikelen 24en 26dan wel 26a.
3. De uitslag van het staatsexamen wordt, onverminderd de leden 3a tot en met 3c, vastgesteld op grond van de eindcijfers die zijn behaald voor een volledig staatsexamen dat in dat jaar is afgelegd.
3a. In afwijking van het derde lid kan de kandidaat het staatsexamen afleggen door voor de desbetreffende vakken bewijsstukken te overleggen als bedoeld in lid 3c. De kandidaat maakt zijn voornemen daartoe bekend aan het College voor toetsen en examens
3b. Indien de kandidaat deelstaatsexamen aflegt, kan de kandidaat daaraan voorafgaand aan het College kenbaar maken, het volledig staatsexamen te willen afleggen door voor de ontbrekende vakken, in aanvulling op de cijferlijst voor het deelstaatsexamen, aan het College bewijsstukken te overleggen als bedoeld in lid 3c.
3c. De bewijsstukken zijn:
a. eindcijfers van deelstaatsexamens die in dat jaar zijn afgelegd;
b. cijferlijsten als bedoeld in artikel 30 en artikel 31, eerste lid;
c. cijferlijsten van een school voor voortgezet onderwijs;
d. resultatenlijsten of cijferlijsten van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs;
e. bewijzen van ontheffing als bedoeld in artikel 11, vierde lid;
f. bewijzen van ontheffing als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van het Eindexamenbesluit VO.
4. Cijferlijsten worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het jaar waarin zij zijn vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. Bewijzen van ontheffing worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken indien na het jaar waarin het onderliggende diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken.
5. De uitslag luidt «geslaagd» of «afgewezen».
6. Indien dat nodig is om de kandidaat te laten slagen voor het staatsexamen, betrekt het College voor toetsen en examens een of meer eindcijfers van de vakken niet bij de bepaling van de definitieve uitslag. De overgebleven vakken dienen een staatsexamen te vormen.
2. Het College voor toetsen en examens stelt de uitslag van het staatsexamen vast, met inachtneming van de artikelen 24en 26dan wel 26a.
3. De uitslag van het staatsexamen wordt, onverminderd de leden 3a tot en met 3c, vastgesteld op grond van de eindcijfers die zijn behaald voor een volledig staatsexamen dat in dat jaar is afgelegd.
3a. In afwijking van het derde lid kan de kandidaat het staatsexamen afleggen door voor de desbetreffende vakken bewijsstukken te overleggen als bedoeld in lid 3c. De kandidaat maakt zijn voornemen daartoe bekend aan het College voor toetsen en examens
3b. Indien de kandidaat deelstaatsexamen aflegt, kan de kandidaat daaraan voorafgaand aan het College kenbaar maken, het volledig staatsexamen te willen afleggen door voor de ontbrekende vakken, in aanvulling op de cijferlijst voor het deelstaatsexamen, aan het College bewijsstukken te overleggen als bedoeld in lid 3c.
3c. De bewijsstukken zijn:
a. eindcijfers van deelstaatsexamens die in dat jaar zijn afgelegd;
b. cijferlijsten als bedoeld in artikel 30 en artikel 31, eerste lid;
c. cijferlijsten van een school voor voortgezet onderwijs;
d. resultatenlijsten of cijferlijsten van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs;
e. bewijzen van ontheffing als bedoeld in artikel 11, vierde lid;
f. bewijzen van ontheffing als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van het Eindexamenbesluit VO.
4. Cijferlijsten worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het jaar waarin zij zijn vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. Bewijzen van ontheffing worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken indien na het jaar waarin het onderliggende diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken.
5. De uitslag luidt «geslaagd» of «afgewezen».
6. Indien dat nodig is om de kandidaat te laten slagen voor het staatsexamen, betrekt het College voor toetsen en examens een of meer eindcijfers van de vakken niet bij de bepaling van de definitieve uitslag. De overgebleven vakken dienen een staatsexamen te vormen.